Zaterdag 18 april 2015 – College Intensive Care

Toen ik drie weken geleden wakker werd en –zoals altijd- eerst mijn telefoon checkte die standaard naast mijn hoofdkussen ligt, zag ik een binnengekomen mailtje van een van mijn IC-artsen.
Hij schreef dat hij een college voor derdejaars geneeskundestudenten aan het voorbereiden was, en vroeg of ik het misschien zag zitten om mijn verhaal te komen vertellen. Daar hoefde ik geen seconde over na te denken. Natuurlijk zag ik dat zitten! Normaal gesproken praat ik –behalve met mijn ouders af en toe- niet zoveel over de IC, want in het dagelijks leven komt zoiets niet echt ter sprake. Bovendien ben ik tot op de dag van vandaag helaas nog niemand tegengekomen die ook zoiets heeft meegemaakt en begrijpt hoe het is om op de IC te liggen. Dus ik kan het ook met niemand delen, jammer genoeg. Maar des te leuker is het om mijn verhaal te mogen vertellen aan toekomstige dokters, en natuurlijk mijn IC-arts weer te zien en te spreken.

Twee weken geleden, op 1 april, had ik toevallig weer controle op de poli Hematologie, en voor het eerst in vijf jaar is er alleen een vingerprikje uitgevoerd. Daaruit bleken mijn bloedwaarden helemaal goed, gelukkig. Voor het eerst sinds tijden vond ik het een beetje spannend, omdat ik in de week ervoor wat kleine bloedinkjes had in mijn oog en ’s avonds pijn kreeg in mijn linkerarm. Toen ik mijn moeder vertelde over de bloedinkjes in mijn oog, raakte ze al redelijk in paniek. Dus over de pijn in mijn arm durfde ik vervolgens niks meer te zeggen. Dan had ze me aan mijn haren naar het lab gesleurd, ondanks dat het vrijdagavond was. Gelukkig was de pijn in mijn arm de volgende dag over, en bleek er niets aan de hand. Verder ben ik niet eigenwijs, trouwens. Maar goed, het was een opluchting om te horen dat mijn bloedwaarden goed waren.

Na het bezoek aan mijn hematoloog ben ik langsgegaan bij de IC-arts die me gemaild had, om een en ander door te nemen voor het college. Ik zou hem bellen als ik klaar was op de poli en dan zouden we afspreken op zijn kamer. Zo gezegd, zo gedaan. Erg leuk om hem na een aantal jaar weer te zien. Drie jaar geleden was hij ook op mijn boekpresentatie, maar ik heb hem toen niet echt gesproken. Ik merk dat ik het wel heel prettig vind om met hem te praten over mijn tijd op de IC destijds. Eigenlijk had ik dat veel eerder moeten doen, bedacht ik later. Maar ja. Ik ben allang blij dat het er na vijf jaar alsnog van gekomen is.

Gisteren was het college in het LUMC. Toch wel een beetje spannend als het dan zover is. Ik sta normaal nooit voor een collegezaal… Maar ik vond het hartstikke leuk om te doen. Samen met de IC-arts trouwens, ik zat er gelukkig niet alleen. Hij interviewde mij en vulde mijn antwoorden aan, want sommige dingen waren nog best lastig om te vertellen. Het moeilijke is dat ik best veel herinneringen heb aan de IC, maar dat ik zelf niet meer weet wat wanneer gebeurd is. Alleen de laatste week herinner ik me goed. Maar of bepaalde gebeurtenissen bijvoorbeeld in de eerste week of in de derde week hebben plaatsgevonden, dat weet ik nooit. Dat heb ik zelf niet meegekregen. Dat soort dingen moet ik altijd even opzoeken…
Vanochtend begon ik me dus ineens af te vragen of ik niet een heel verwarrend verhaal heb verteld. Kan ook liggen aan het feit dat het, doordat ik voorin de collegezaal zat, een beetje een warboel was in mijn hoofd. Dan is het ineens een stuk lastiger om alles gestructureerd te vertellen. Maar ik denk dat de studenten dat wel begrijpen. En anders is er altijd nog mijn boek, daar staat álles in… met een happy end.

Ik heb echt een leuke middag gehad gisteren. Ik had het niet willen missen.

Geplaatst in Zonder categorie | 2 Reacties

Zondag 15 maart 2015 – Vijf jaar verder

Eergisteren was het 13 maart, de datum waarop inmiddels alweer vijf jaar geleden alles begon. Dat er alweer vijf jaren zijn verstreken, is ongelooflijk. Waar is de tijd gebleven?
Gevoelsmatig verandert er nu niet zoveel meer. Of het nu drie of vijf jaar geleden is, de herinneringen blijven hetzelfde en het leven is doorgegaan. Na het eerste jaar zat ik nog volop in de behandeling, en was ik zelfs nog herstellende. Na twee jaar kwam ‘Gebroken bloed’ uit en had ik mijn leven alweer heel aardig op de rit. Na drie jaar was mijn behandeling beëindigd en zag mijn leven er weer heel gewoon uit. Na vier jaar was ik eindelijk afgestudeerd als verloskundige, en nu zijn we inmiddels alweer vijf jaar verder.

Ik heb weer een normaal leven, denk ik. Feit blijft natuurlijk dat alles veranderd is en dat ik mijn oude leven nooit meer terug zal krijgen. Het is zoals het is. Maar ik ben heel blij met hoe mijn leven er nu uitziet. Ik werk fulltime, kan alles weer doen. Het blijft wonderlijk en bizar tegelijkertijd. Ik heb zojuist (sinds lange tijd) weer even in ‘Gebroken bloed’ zitten lezen, omdat ik er zo mee bezig was in mijn hoofd. Dat komt natuurlijk door 13 maart. Als ik lees wat er allemaal gebeurde die eerste dagen, kan ik zelf niet eens geloven dat ik dat heb overleefd. Wat ging er veel mis… al die bloedingen, steeds weer die complicaties, steeds weer een terugval. Het begon met blauwe plekken, maar het werden steeds meer en steeds ernstigere bloedingen. In een tijdsbestek van uren en dagdelen verslechterde mijn situatie. Zelf had ik dat destijds helemaal niet door. Als ik het teruglees, vraag ik me oprecht af hoe dit goed heeft kunnen aflopen. Het is allemaal nét goed gegaan. En ik realiseer me dat het ook nét fout had kunnen gaan. Ik heb veel geluk gehad.

Zo af en toe heb ik nog een soort flashbacks, die zomaar door iets kunnen ontstaan. Ik ben voor mijn werk natuurlijk vaak in het ziekenhuis, en als ik soms een verpleegkundige tegen een patiënt hoor praten op een bepaalde manier, dan komt het IC-gevoel weer terug. Of door het geritsel van lakens van het ziekenhuisbed. Laatst had ik ’s nachts een bevalling gedaan in het ziekenhuis en toen ik na afloop in mijn auto stapte had ik enorm veel dorst. Ik nam een slok ijskoud water uit het flesje dat in mijn auto lag, en ik kreeg acuut hetzelfde gevoel als wat ik destijds op de IC had als ze me een slokje koud water gaven. In de laatste week op de IC had ik vaak zoveel dorst, maar drinken ging heel moeizaam, dus ik kon alleen maar kleine slokjes nemen. Maar wat was het onbeschrijflijk lekker als dat water net uit de koelkast kwam! Dat gevoel kwam in een flits van een seconde terug toen ik in mijn auto zat.
Iets soortgelijks gebeurde pas geleden weer. Ik had een vergadering in het ziekenhuis, en daar kwam een kinderarts (toevallig uit het LUMC) een presentatie geven over een saturatiemeter om bij pasgeboren baby’s het zuurstofgehalte in het bloed te kunnen meten om daarmee aangeboren hartafwijkingen te kunnen opsporen. Die saturatiemeter ging vervolgens de groep rond, en sommigen zetten dat apparaatje aan om hun eigen saturatie te meten. Maar toen gingen die apparaatjes piepen. Het geluid ging bij mij door merg en been. Ik schrok me rot! Wat een bekend geluid. Ik kreeg hartkloppingen en werd misselijk. Mijn hele lichaam reageerde erop. Zo heftig had ik dat nog niet eerder meegemaakt. Over het algemeen heb ik niet veel flashbacks en als ik ze heb, heb ik er gelukkig geen last van. Ze zijn er af en toe gewoon.
Maar goed, tot zover de terugblik op vijf jaar geleden. We zijn vrijdagavond 13 maart uit eten geweest met mijn opa en oma erbij, wat erg gezellig was.

Laatst heb ik op de middelbare school van mijn broertje (inmiddels 14 jaar – bijna 15- en een kop groter dan ik) meegewerkt aan de ‘beroepenavond’ voor de vierdeklassers. Er was gevraagd of ouders of andere familieleden wilden komen vertellen over hun beroep en de studie. Dat leek me wel leuk, ik wilde dat wel doen.
Mijn neef Bart ging toevallig ook, hij is officier bij de Koninklijke Marine. We zijn er samen naartoe gegaan, want Bart heeft daar ook op school gezeten en wist waar we heen moesten. In de hal van de school troffen we nog een marineman. “Ha, collega!” riep de man toen hij Bart zag, en ze schudden elkaar gelijk de hand. “Jullie kennen elkaar?” vroeg ik, maar dat was niet het geval. Ze hadden alleen elkaars uniform gezien en dat zei genoeg. Of zo. Het zal wel. Ik voelde me wel een beetje klein en zielig zo in mijn eigen kleding. Ik zag er iets minder indrukwekkend uit, zeg maar. Gelukkig is mijn beroep wel veel leuker…

Alle beroepenvoorlichters, zoals we werden genoemd, waren verdeeld over klaslokalen. Ik zat in een klaslokaal met een vader van twee kinderen die hier op school zaten. Hij was kinder- en jeugdpsychiater.
Gedurende ongeveer een uur zouden drie groepjes leerlingen bij ons aan het tafeltje komen, om uitleg te krijgen over ons beroep en vragen te stellen.
Mijn eerste groepje bestond uit vier leerlingen, waarvan één jongen. Ik dacht nog: zit jij hier wel goed? Maar later bleek dat hij hier gewoon geplaatst was en helemaal geen keus had. Ze hadden allemaal moeten kiezen voor bepaalde sectoren (bijvoorbeeld gezondheidszorg), en niet voor specifieke beroepen. Het leek me wel leuk om even rond te vragen of ze al enig idee hadden wat ze wilden gaan doen later.
“Ja,” antwoordde een meisje. “Ik wil kindercardioloog worden.”
Ehh…? “Goh, wat leuk. En waarom precies kindercardioloog?”
“Omdat ik zelf bij de cardioloog loop, en dat vind ik wel leuk.”
“Nou top, groot gelijk. En jij?” vraag ik aan de jongen, die duidelijk niet op zijn plek zit hier.
“Euhm, nou, ik wil eigenlijk chirurg worden.”
Op dat moment begon ik me al een beetje af te vragen of mijn praatje nog interessant ging worden voor deze kids. Ik had een model van een bekken meegenomen met een foetuspop, en ik had mijn doptone meegenomen, maar dat had ik net zo goed niet kunnen doen.

Uiteindelijk was het wel een hele leuke avond. Het merendeel van de leerlingen was bepaald niet van plan verloskundige te worden, maar ze waren wel heel geïnteresseerd en stelden leuke vragen.
Na afloop hebben we allemaal nog koffie zitten drinken in de koffiekamer van de docenten. Een andere beroepenvoorlichter die ik tegenkwam, kende ik nog van vroeger. Met haar heb ik in de klas gezeten van groep 1 t/m groep 4 op de basisschool. En dan tref je elkaar na 19 jaar weer! Het was zo leuk om even bij te kletsen.

Verder gaat alles z’n gangetje. Drie weken geleden zijn we lekker een weekje op wintersport geweest met de familie, wat heerlijk was. Genieten van zon en sneeuw (vooral sneeuw…) en gezelligheid.
Over twee weken weer controle op de poli Hematologie.

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

Zaterdag 3 januari 2015 – Gelukkig nieuwjaar!

De beste wensen allemaal!
Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets heb laten lezen. Veel te lang geleden. Ik weet zelf ook niet waar de tijd gebleven is. Mensen gingen me de laatste tijd steeds vaker vragen wat er met mijn site aan de hand was, en waarom ik niets meer schreef?
Ik weet dat er nog steeds dagelijks mensen op mijn blog kijken, wat ik erg waardeer en ook heel leuk vind. Ik zou ook graag veel vaker schrijven, maar ik weet gewoon niet waar ik de tijd vandaan moet halen. En nog belangrijker eigenlijk: de inspiratie. Ik merk aan mezelf dat de drempel om op internet te schrijven steeds hoger wordt. Vier jaar geleden maakte het niet zoveel uit, maar tegenwoordig denk ik veel meer na over wat ik schrijf. Ik ben heel voorzichtig geworden, en dat maakt dat ik niet meer zo gemakkelijk schrijf wat ik zou willen schrijven. Voor mijn gevoel kan het niet meer. Ik durf niet alles meer te delen.
Maar goed, ik kan het ook niet over mijn hart verkrijgen om dit blog te stoppen. Dus zo lang het gaat, wil ik ermee doorgaan.

Inmiddels ben ik alweer bijna 1 jaar verloskundige. Eind januari om precies te zijn. De tijd gaat zo snel. Ik heb in Hoofddorp gewerkt, in Heerhugowaard, en nu werk ik in Heemstede. Vorige week had ik een 48-uursdienst, waarin ik 4 bevallingen heb begeleid. De eerste was een kerstkindje, hij werd op Tweede Kerstdag ’s avonds geboren. In de tweede 24 uur van deze dienst begon ik om 03:00 uur met een bevalling in het ziekenhuis, om 07:00 was ik weer thuis. Toen kon ik even douchen en ontbijten. Vervolgens was ik om 09:00 uur weer terug in hetzelfde ziekenhuis met iemand anders die ging bevallen, en toen ik om 13:00 uur weer in mijn auto zat, belde de volgende. Uiteindelijk was ik om 17:30 klaar met de vierde bevalling. Mijn collega’s hebben mijn kraamvisites overdag moeten rijden, omdat ik non-stop bevallingen aan het doen was. Natuurlijk was ik na 48 uur dienst wel moe ’s avonds, maar de voldoening die ik er aan overhield compenseerde een hoop. Het is ontzettend leuk als alles goed gegaan is en ouders met kind tevreden naar huis gaan. Daar doe ik het voor.

Hebben jullie nog iets meegekregen van Serious Request? Het Glazen Huis stond dit jaar in Haarlem, dus ik heb het eens van dichtbij meegemaakt allemaal. In tegenstelling tot andere jaren stond de zender van Serious Request bij ons thuis de hele dag aan. Ik hou van Haarlem. Ik ben er geboren en deels getogen, en ik zie mezelf hier ook nooit weggaan. Als ik vrij ben en niets te doen heb, ga ik altijd naar de stad. Niet omdat ik dingen nodig heb, maar gewoon om er even te zijn. Lekker door de Grote Houtstraat slenteren, ergens een kop koffie drinken. Het is er gewoon altijd gezellig. Het grappige is dat ik dat eigenlijk alleen in Haarlem heb.
Op de tweede avond van Serious Request, ik geloof dat dat vrijdag was, besloten Juliëtte, Jeoffrey, Paul en ik met z’n vieren ernaartoe te gaan. Wij dachten daar allemaal bekenden tegen te komen omdat half Haarlem op de Grote Markt zou staan, maar dat bleek niet helemaal zo te zijn. Niet half Haarlem, maar half Nederland was er. De stad was compleet overgenomen.
Voor mijn grote kleine broertje Paul, die inmiddels 14 jaar is (en een half hoofd groter dan ik), was het de eerste keer dat hij er ’s avonds op uit ging. Voor hem was het dan ook een hele belevenis, al die (dronken) mensen, al die platgetrapte (bier)bekertjes op de grond… Het hoogtepunt van de avond was voor hem dat we om middernacht een patatje gingen halen.

Met Oud en Nieuw had ik dienst. In tegenstelling tot wat ik verwacht had, was het heel druk met telefoontjes. Ik heb zelfs tussen 23:30 en 00:00 nog twee pasgeboren kinderen moeten insturen in verband met verdenking infectie. Om 23:50 had ik de kinderarts nog aan de telefoon, die me vertelde dat de ouders met hun kind naar de spoedeisende hulp moesten komen. Uiteindelijk liep ik om 23:57 de huiskamer in, nog net op tijd voor het aftellen. Hoewel ik had verwacht misschien wel met een bevalling bezig te zijn tijdens de jaarwisseling, was ik dus gewoon thuis. Dat was wel heel leuk, omdat we een huis vol familie hadden. Heel gezellig, en mooi vuurwerk. Op naar een mooi, nieuw, gezond jaar!

Geplaatst in Zonder categorie | Één reactie

Woensdag 1 oktober 2014 – Laatste beenmergje

“Hè? Moet je nou alweer? Weer voor zo’n eh, punctie?”
Mijn vader snapt er niets meer van.
“Ja voor de laatste punctie.”
“Maar je hebt er pas nog één gehad…”
“Dat was een half jaar geleden.”
“O.”

Zo snel gaat de tijd dus. Eerlijk gezegd zijn voor mij de zes maanden ook voorbij gevlogen. Maar vandaag is het dus weer zover, tijd voor de zestiende en tevens laatste punctie. Na vier en een half jaar komt ook daar dan een einde aan. Ik herinner me de eerste punctie nog vrij goed, of eigenlijk vooral hoe bang ik er voor was. Net zo bang was ik voor de kaakchirurg, die inmiddels allebei mijn verstandskiezen heeft verwijderd (natuurlijk ben ik wel teruggegaan). Net nu ik geen pijn meer heb in mijn kaak, staat deze punctie gepland. Maar goed, dan heb ik voorlopig wel even alles gehad qua vervelende behandelingen. Als er geen gekke dingen gebeuren tenminste, bij mij weet je het nooit.
Mijn afspraak vandaag staat om 8:30 uur, dus dat betekent 6:30 opstaan en 7:30 in de auto. Lekker vroeg, zullen we maar zeggen. Ik verwachtte dan ook dat het hartstikke rustig zou zijn op de poli, maar daar aangekomen stond er een rij voor de vingerprik. Zul je zien dat ik niet op tijd aan de beurt ben, en dat mijn arts zegt dat we de vingerprik wel even kunnen overslaan. Hoewel ik daar normaal gesproken niet zo’n moeite mee zou hebben, wil ik vandaag mijn bloedwaarden wel graag weten. Ik weet niet waarom, gewoon gevoelsmatig. Dus terwijl ik enigszins op hete kolen zit te wachten naast de ingang van het prikkamertje, hoor ik de prikdame hele verhalen vertellen aan de patiënt voor mij… Uiteindelijk ben ik gelukkig wel op tijd aan de beurt voor de vingerprik.

Eenmaal in de spreekkamer hoor ik dat mijn bloedwaarden en lever- en nierfuncties helemaal prima zijn en de uitslag van de vorige punctie (april 2014) ook. Toch fijn om weer te weten. De uitslag van de punctie krijg ik weer uitgeprint op receptpapier mee. Je moet er even een leesbril bij opzetten, maar dan kun je zien dat de uitslag goed is. Deze kan weer bij de verzameling.
Op mijn vraag hoe het er nu verder uitziet qua controles in de toekomst, zegt mijn hematoloog dat ik nog een tijdje onder controle blijf, maar dat als het zo goed blijft gaan, ik op een gegeven moment niet meer hoef te komen. Dat lijkt me een heel goed teken.
Even later heb ik ook mijn allerlaatste punctie achter de rug. Toch wel een gek idee dat dit de laatste keer is. Je gaat zo wennen aan alles wat in dit wereldje thuishoort. Maar het is fijn dat ik dit onderzoek nu niet meer hoef te ondergaan.

Mijn moeder en ik besluiten nog even langs de afdeling Hematologie te gaan. Even kijken of er verpleegkundigen aan het werk zijn die ik ken en even gedag kan zeggen. De drempel om er naartoe te gaan is wel een beetje hoog, omdat ik ergens altijd bang ben dat ze heel druk zijn en het totaal niet uitkomt dat ik langskom. Het lijkt me echter zo leuk om nog even iemand te zien, dat we er toch naartoe gaan. In eerste instantie zien we geen bekenden, dus besluiten we weer weg te gaan.
Als we terug lopen, zie ik recht tegenover me de klapdeuren van wat destijds de IC was. “Wacht, ik wil nog even een blik werpen op ‘mijn kamer’ van de IC,” zeg ik. Destijds was die afdeling recht tegenover Hematologie. Inmiddels zijn ze alweer een paar jaar verhuisd naar een andere afdeling, en is de oude IC volgens mij leeg. Maar vanaf de gang kan ik door het raam de buitenkant van ‘mijn kamer’ zien, alleen de ramen ervan (de middelste op de foto). Het uitzicht is nogal vergane glorie… Vanuit de ramen kijk je uit over een plat dak (6 verdiepingen hoog), wat voorheen een daktuin met veel groen was, ooit ontworpen door een patiënt die tuinontwerper was en op Hematologie had gelegen. Ter vergelijking heb ik er rechts een foto naast gezet die ik in 2010 heb gemaakt, toen de daktuin er nog was.
Het voelt gek om naar de kamer te kijken. Ik krijg er een brok van in mijn keel. Er komen allerlei beelden boven van toen, doordat ik het raam van de kamer nu weer zie. Ik herinner me ook hoe ik me de wereld buiten mijn kamer had voorgesteld, terwijl daar in werkelijkheid niets van klopte. Het was echt een bizarre periode uit mijn leven.

We besluiten bij Hematologie toch maar even te vragen naar een verpleger die veel voor mij gezorgd heeft. Hij blijkt er wel te zijn vandaag. Ik zie verderop ook nog een verpleegkundige lopen die destijds geassisteerd heeft bij het door mijn neus duwen van een nieuwe sonde… Terwijl we staan te wachten, vertel ik dat aan mijn moeder. Even later komt zij aangelopen en zegt ze: “Heee, nou ja zeg, ik zit maar naar je moeder te kijken, en nu zie ik het… Lisa!”
Dat is wel grappig, ze herkennen altijd eerst mijn moeder en dan mij. Dat is logisch, want ze kennen mij eigenlijk niet zoals ik er nu uitzie.
“Goh, dat je haar toch herkent,” zegt mijn moeder. “Jij hebt natuurlijk niet zo heel veel voor haar gezorgd destijds.”
“Nee inderdaad, maar ik heb wel even geholpen toen er een sonde geplaatst moest worden.”
Ik schiet er van in de lach. Wat leuk dat zij dat ook nog weet. Vier en een half jaar geleden!
Even later komt er nog een verpleegkundige bij staan en ook de verpleger die voor ons geroepen was. Wat een bijzondere mensen zijn dit toch. Zo lief en betrokken, zo toegewijd wat hun werk betreft. En ze weten alles nog, alsof mijn ellende zich slechts een paar maanden geleden heeft afgespeeld. Mijn herinneringen zijn ook nog steeds hun herinneringen, en dat voelt op een of andere manier heel fijn. Zij begrijpen het, zij hebben alles meegemaakt. Het is iets wat ik met hen deel, terwijl ik dat met andere mensen niet heb (behalve mijn directe familie natuurlijk). Al met al doet dit gesprek me heel goed. Van deze lieve mensen zou ik liever nooit afscheid nemen. Zij hebben gezorgd voor alle goede herinneringen.
“Doe iedereen de groetjes,” zeg ik.
“Doen we. En we gaan weer lekker over je kletsen hoor, in de lunchpauze!”
Ach, ik heb een heel boek over jullie geschreven!

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

Maandag 1 september 2014 – Kaakchirurg

Ik wist dat ik er niet aan zou ontkomen, maar het werd toch iets sneller dan gepland. Drie weken geleden begon ik last te krijgen van kiespijn, en toen ik bij de tandarts in de stoel lag was al direct duidelijk waar de pijn vandaan kwam. Sterker nog, nog voordat ik plaatsnam in de stoel wist mijn tandarts al wat het probleem was, zei hij. “Die verstandskiezen… Ik denk dat we er goed aan doen om een afspraak te maken bij de kaakchirurg.”
Had hij eerder nog gezegd dat we het zouden uitstellen tot na de zomer, nu leek het erop dat het niet langer kon wachten. Wat een feest, die verstandskiezen. Waarom krijgen we ze eigenlijk? En waarom moeten ze bijna bij iedereen scheef groeien zodat ze ook nog verwijderd moeten worden? Dat is toch slecht geregeld door de natuur.
Afijn, ik mocht zelf een afspraak maken bij de kaakchirurg, dus ik koos voor 1 september. Daarna ben ik drie dagen vrij, dus alle tijd om op apegapen te liggen. Je moet je tenslotte voorbereiden op het ergste, dan kan het alleen maar meevallen. Nietwaar?

De dag voor de geplande behandeling, op zondag 31 augustus had ik nog een 24-uurs dienst bij verloskundigenpraktijk Heerhugowaard, waar ik deze zomer werk. En het is topdrukte, zo lijkt het. De afgelopen diensten heb ik steeds bevallingen gehad.
Mijn dienst zondag liep van 9:00 uur tot maandagochtend 9:00 uur. ’s Ochtends vijf kraamvisites gereden en aansluitend (begin van de middag) door naar iemand die al een tijdje weeën had. Daar aangekomen bleek dat we direct door konden naar het ziekenhuis. Hun dochter werd aan het einde van de middag geboren. Terwijl ik nog wat dingen aan het afronden was, werd ik gebeld door de volgende die ging bevallen. Ik sprak af dat ik, zodra ik hier klaar was, bij haar langs zou komen. Om 19:00 uur verliet ik het ziekenhuis, om direct door te rijden. Aldaar bleek dat ze nog niet zo ver gevorderd was, en aangezien de praktijk (waar ik tijdens mijn diensten verblijf) slechts vier minuten rijden was, besloot ik nog even terug te gaan naar de praktijk. Ik zou daar namelijk ook nog even een andere cliënt tussendoor zien, dat had ik beloofd. Uiteindelijk heb ik ook nog maar even heel snel wat gegeten, om vervolgens om 20:45 weer terug te zijn bij de cliënt die ging bevallen. Zij bleek inmiddels heel snel te gaan. Ik heb kraamzorg gebeld voor assistentie en al mijn spullen klaargezet, en om 21:30 werd er een baby geboren.
Uiteindelijk ging ik om 23:45 bij het gezin weg, en lag ik om middernacht in mijn bed op de praktijk. Na een werkdag van 15 uur was ik toch wel echt heel moe en blij dat ik kon slapen.

Totdat de diensttelefoon weer ging om 01:30. “Hallo, je spreekt met (…), mijn vrouw heeft weeën.” Hoewel hij heel enthousiast klonk, dacht ik op dat moment even: ah neee, niet nog één. Bevallingen zijn hartstikke leuk en ik doe ze met veel plezier, maar nu was ik zo moe. En ik dacht: ik moet na mijn dienst ook nog naar de kaakchirurg. Dat wordt leuk als ik de hele nacht niet heb kunnen slapen. Ik kon mijn bed weer uit en stapte in mijn auto. Aldaar bleek ze nog helemaal aan het begin van de bevalling te zitten, dus ik hoefde er nog niet bij te blijven.
Om 02:30 uur lag ik weer in mijn bed en heb ik gelukkig kunnen slapen tot 6:30 uur, toen belde de volgende met weeën. Zoals ik al schreef: topdrukte.
Uiteindelijk heb ik de dienst om 9:00 uur aan mijn collega overgedragen, en kon zij aan de bak. Want er gingen er twee bevallen. Ik had daarentegen de kaakchirurg in het vooruitzicht…

Aangekomen op de poli Mond-kaak-en aangezichtschirurgie van het Spaarne Ziekenhuis meld ik me bij de balie. Ik moet een formuliertje invullen, omdat ik hier nog niet eerder ben geweest. Ik lees: ‘Bent u onder behandeling van een medisch specialist? Zo ja, waarvoor?’ Ik schrijf op: ‘Hematoloog, ivm leukemie 4 jr geleden.’ Ik word dan wel niet meer behandeld, maar er stond geen vraag tussen over ‘onder controle zijn’. Dus dan maar zo.
Zelfs na alles wat ik achter de rug heb, vind ik zo’n ingreep als deze nog reuze spannend. Op dit moment geef ik liever de voorkeur aan een beenmergpunctie dan aan het eruit laten snijden van mijn verstandskies. Ik hoef echter niet te kiezen, want die beenmergpunctie krijg ik ook nog over een maand… Maar goed, het heeft natuurlijk alles te maken met het onbekende. Ik weet niet zo goed wat me te wachten staat. Vreselijk vind ik dat. Dat hordes mensen dit soort ingrepen ondergaan, verzacht het eigenlijk niet eens. Het maakt het niet minder vervelend. Denk je dat je alles gehad hebt, maar dan is er nog de kaakchirurg. Gelukkig heb ik in de afgelopen jaren wel geleerd om me niet heel erg zenuwachtig te maken van tevoren. Dat is gelukt. Maar nu ik in de wachtkamer zit en zojuist iemand kreunend weg zag gaan, voel ik me iets minder relaxed.

Ik word binnengeroepen door een verpleegkundige. In de behandelkamer schud ik de hand van de kaakchirurg en de assistente. Ik hoor totaal niet hoe ze heten, want mijn aandacht wordt volledig naar de stoel getrokken waar ik direct in moet gaan zitten.
Nadat de kaakchirurg me een aantal vragen heeft gesteld, gaan we ‘beginnen’. Zo’n definitief moment waarop je beseft dat je niet meer terug kunt.
“Ik ga de stoel even naar achteren doen hoor,” zegt hij.
Terwijl ik de lamp boven mijn hoofd lig te bestuderen, praat ik mezelf bemoedigend toe. Beelden van onder andere de Intensive Care en Hematologie haal ik zo snel als ik kan naar boven om mezelf ervan te overtuigen dat dat allemaal veel erger was dan dit. Het helpt alleen voor geen meter. Ik vind dit helemaal niks. Gelukkig gaat hij eerst verdoven.
Als hij met de verdoving naast me staat, valt hem kennelijk het litteken in mijn hals op. “Hé, heb jij een tracheotomie gehad, of..?”
“Ja, tracheotomie inderdaad.” Hij is de eerste arts in vier jaar tijd die ernaar vraagt. Misschien moet je chirurg zijn om er een beetje mee bekend te zijn.
“Dat is meestal geen goed teken.”
“Nee, dat was het ook niet…” antwoord ik.
“Hoe komt het dan?”
“Ik heb leukemie gehad en bijna zes weken op de IC gelegen.”
“Nou, dat is nogal wat. Wanneer was dat?”
“Vier jaar geleden. Of nou ja, vier en een half.”
“Oh, dat is nog aardig recent dus.”
Stiekem ben ik blij dat hij dat zegt. Voor anderen is het juist vaak heel lang geleden. Maar hij snapt het.
“Wel helemaal genezen?”
“Ja, gelukkig wel.”
“Maar je bent dus al wel aardig wat gewend denk ik?” vraagt hij.
Ik knik. En toch vind ik dit heel eng.

Na de verdoving krijg ik een steriel laken over mijn gezicht, met een gat erin waardoor alleen mijn neus en mond zichtbaar zijn. Ikzelf zie helemaal niks, en dat vind ik nogal spannend. Er gaat vandaag één verstandskies uit, rechts achterin. Hij is nog helemaal niet door, dus het wordt snijwerk. Ergens ben ik blij dat ik niet kan zien wat hij doet. Het idee vind ik heel rot. Al met al is de ingreep redelijk snel klaar, binnen een kwartier. Met een verdoofde, gezwollen rechterwang en zweethanden kom ik weer uit de stoel. De kaakchirurg geeft me nog een informatieboekje mee en zegt: “Thuis mag je 1000 mg paracetamol innemen, maximaal 4x op een dag. Je hebt nu natuurlijk nog niks genomen.” Dacht hij dat? Zoals hij al zei ben ik wel wat gewend, dus natuurlijk had ik al paracetamol ingenomen. Maar dat heb ik maar niet gezegd.
Eenmaal op de gang word ik heel duizelig. Ik neem nog maar even plaats in de wachtkamer tot het beter gaat. De mensen die nog zitten te wachten kijken vanzelfsprekend niet meer zo hoopvol, nu ze mijn dikke wang hebben gezien. Mijn gezichtsuitdrukking straalt ook niet bepaald uit dat ik me heel lekker voel. Maar goed, daar kan ik ook niks aan doen. De helft van mijn gezicht voel ik niet eens. Als ik niet meer duizelig ben, ga ik gauw naar huis.
Ik ga nog even bedenken of ik nog terugkom voor de linkerkant.

Geplaatst in Zonder categorie | 5 Reacties

Zaterdag 21 juni 2014 – Terug van weggeweest

Ik heb mijn blog een beetje verwaarloosd. Niet met opzet, maar ik kon er niet zoveel tijd meer voor vinden. Een positieve oorzaak daarvan is dat ik veel heb gewerkt de afgelopen maanden. En ik vind het hartstikke leuk. Anderhalve week geleden nog een hele leuke bevalling gedaan. Mijn collega die ook dienst had, had twee bevallingen tegelijkertijd waardoor ik ook aan de bak moest. Als ik zo’n leuke bevalling heb gedaan, krijg ik daar zoveel energie van dat ik er dagen op kan teren. Dan kan het half drie ’s nachts zijn als ik naar huis rijd, maar dan ben ik nog steeds hyper. Nadeel is dat het daarna ook iets langer duurt voordat ik in slaap val, terwijl ik tegelijkertijd denk: ik heb nog een paar uurtjes om te slapen… dus slaap alsjeblieft! Maar die paar uurtjes zijn vaak genoeg om de volgende dag ook nog prima door te komen.
Onlangs moest ik er ’s nachts twee keer uit om bij iemand thuis langs te gaan. De eerste keer was om 01:30 uur, toen was het doodstil buiten. Geen kip op de weg. De tweede keer was het 4:30 uur, en toen ik naar buiten stapte hoorde ik een kakofonie aan vogelgeluiden. Het leek de Avifauna wel. Zo leuk, de vogels waren duidelijk allemaal net wakker geworden. Het was trouwens ook al licht aan het worden, wat mij verbaasde… zo vroeg al. Het maakt het beroep wel bijzonder, om midden in de nacht op pad te zijn. En als het stikdonker is buiten te zoeken naar een huisnummer.

Een andere oorzaak is dat ik ook volop heb genoten van het mooie weer de laatste tijd. Als ik dan vrij was, koos ik er liever voor om op pad te gaan dan achter de laptop te gaan zitten. Maar nu vond ik dat het wel lang genoeg geduurd had. Ik ga echt proberen weer vaker te schrijven.
Laatst liep ik op het strand, met mijn voeten in de zee en dacht: wat had ik dit destijds, toen ik in het ziekenhuis lag, graag willen doen. Lekker met mijn voeten door de zee lopen, kijken naar meeuwen die in het water dobberen, de zon op mijn rug voelen branden. Heerlijk! En nu kan ik het allemaal gewoon weer. Nu ben ik echt geen zweverig type, maar dit soort momenten heb ik de laatste tijd heel vaak, dat ik denk: wat een geluk toch dat ik dit gewoon weer kan doen. Ook als ik bijvoorbeeld ’s avonds in bed tv lig te kijken of simpelweg op de bank zit te luisteren naar het tikken van de klok, besef ik regelmatig dat het eigenlijk een groot voorrecht is om gewoon te kunnen doen wat je wilt, zonder dat je je druk hoeft te maken over je gezondheid. Ik vind het een heel bijzonder idee dat mijn lichaam het gewoon weer doet zoals het het hoort te doen, dat mijn hart gewoon blijft kloppen en dat mijn ademhaling vanzelf gaat. Dat het, na alles wat er gebeurd is, gewoon weer goed werkt. Zo vanzelfsprekend is dat namelijk niet, althans niet voor mij. Toen ik destijds in het ziekenhuis lag, realiseerde ik me hoe waardevol het is als je geen omkijken hebt naar je gezondheid en daardoor gewoon je leven kan leven. Dat je kunt doen en laten wat je wilt. Voor mijn ziekte zag ik dat allemaal niet zo, toen leek het allemaal normaal. Maar ik ben blij dat ik het nu besef. Dat ik snap dat gezondheid eigenlijk ultieme vrijheid is. Want ik weet ook dat het zomaar opeens anders kan zijn.

Wat dan weer een beetje jammer is, is dat onlangs gebleken is dat mijn gebit kwetsbaar is geworden als gevolg van de chemotherapie. Laatst zat ik in de auto te kauwen op een mentos, toen er een stukje van mijn kies afbrak. Ik schrok me rot. Gevoelsmatig was het een dramatisch groot gat, een immense krater. Toen ik even later bij de tandarts in de stoel zat bleek dat wel enigszins mee te vallen. Ik vroeg of het überhaupt nog te repareren viel. “Ja joh, dit is makkelijk te repareren,” zei hij. Een pak van mijn hart. Ik zag mezelf al met kronen, bruggen, implantaten en weet ik wat voor tandheelkundige ellende je hebt. Jammer genoeg ontdekte hij nog twee stukjes die waren afgebroken en gerepareerd moesten worden. Net toen ik dacht dat daarmee de kous af was, kwam het ergste van alles. Ik moet over een tijdje naar de kaakchirurg om mijn twee verstandskiezen eruit te laten snijden. En dát vind ik nou serieus een gruwelijk idee. Mij liever niet gezien. De laatste keer dat ik een narcose wenste, was toen ik mijn eerste beenmergpunctie kreeg. Die behoefte voel ik nu ook weer heel sterk… Maar goed, die ga ik ook nu weer niet krijgen natuurlijk.
“Ach, je hebt je gezondheid terug. Als dit het ergste is…” zei de tandarts. Is natuurlijk ook zo, maar ik baalde er wel flink van. Ik had altijd een goed gebit. Zijn advies was om zo snel mogelijk een aanvullende verzekering voor tandheelkundige ingrepen af te sluiten als ik die nog niet had. Gelukkig had ik die al wel.

Afgelopen donderdag lag ik weer in de stoel bij de tandarts. “Ik zal het maar verdoven hè? Dan voel je er niets van. Je hebt al genoeg meegemaakt.”
Leek me een goed plan.
Na twee minuten wist ik al: ik hou net als alle andere mensen niet zo van de tandarts. Ik heb wel eens eerder een behandeling gehad, maar nu besefte ik weer wat er dan allemaal in je mond verdwijnt: apparaatjes met akelige geluiden (die je in de wachtkamer al hoort), tangetjes met haakjes, stellages om je kiezen heen die lekker strak aangedraaid worden. En net als je denkt dat er niks meer bij past, zegt de tandarts tegen zijn assistente: “Stop hier nog maar even een wattenrol in.” Die vervolgens ergens tussen mijn kaak en wang werd gepropt. En ik maar kijken van de lamp naar het dakraampje en van het dakraampje naar de lamp, terwijl ik dacht: is hij nou nog niet klaar?
Afijn, ik heb het inmiddels achter de rug en mijn twee kiezen zijn gerepareerd. Nu heb ik tot na de zomer om me mentaal voor te bereiden op de kaakchirurg…

Geplaatst in Zonder categorie | 2 Reacties

Maandag 21 april 2014 – Pasen

Volgens mij schreef ik woensdag dat die beenmergpunctie “eigenlijk wel iets had”. Als ik me goed herinner gebruikte ik zelfs het woord “gezellig”.
Nou… de napijn was iets minder gezellig. Ik neem mijn woorden terug.
Woensdagavond wist ik niet hoe ik moest liggen in mijn bed door de continu zeurende pijn in mijn heupbot. Ik werd er gewoon misselijk van. ’s Nachts werd ik badend in het zweet wakker, alsof ik hoge koorts had gekregen. De volgende dag moest ik werken, dus heb ik voldoende pijnstilling ingenomen. Gelukkig is het toen de rest van de dag prima gegaan, maar de dagen erna heb ik weer aardig wat last gehad. Die pijn is zo naar dat je er spontaan van kan gaan janken.
De punctie zelf was me redelijk meegevallen, maar ik was woensdag toch iets te enthousiast in mijn blog.

Ik merk dat ik sinds woensdag weer veel aan vier jaar geleden denk. Als ik even niks te doen heb, maalt het door mijn hoofd en komen er allerlei herinneringen voorbij. De ziekenhuisopnames, chemokuren, gesprekken met verpleegkundigen, en andere gebeurtenissen. De afgelopen jaren was het altijd al zo dat ik, zodra ik vakantie had, meteen weer veel aan mijn ziekte dacht. Als je vrij bent heb je nu eenmaal veel tijd om na te denken en te piekeren. Tijdens stage, werk of wat dan ook ben je druk met andere dingen en gaat het gewone leven door. Dat is maar goed ook, en op die momenten denk ik altijd: heerlijk dat het leven weer normaal is, en dat ik alles weer kan doen zoals een gezond mens dat hoort te kunnen. Maar ben ik vrij en heb ik niks te doen, dan denk ik toch weer aan mijn ziekteperiode. Dat gaat vanzelf.
Nu heb ik geen vakantie (wel bijna), maar wel een beenmergpunctie gehad en ben ik sinds een half jaar weer in het LUMC geweest. Door die punctie zat ik de afgelopen dagen niet zo lekker in mijn vel, en had ik daardoor ook wat meer moeite met alle gedachten aan toen. Het vloog me gewoon een beetje aan, terwijl ik dat normaal eigenlijk nooit heb.

Ook Pasen roept herinneringen op. Vier jaar geleden, twee dagen voordat ik opgenomen werd en de diagnose kreeg, kochten mijn moeder en ik samen ergens een paastafelkleed. Het gaat natuurlijk nergens over, maar daar worden we nog steeds aan herinnerd als we alle paasspullen in de winkels zien liggen. Het is heus niet enorm beladen, maar rond deze tijd denk je weer even aan zoiets. Net zoals dat mijn moeder me vertelde dat haar destijds tijdens het boodschappen doen vaak ‘fijne paasdagen’ werd gewenst, terwijl ik op dat moment in kritieke toestand op de IC lag. Daar denk ik nu weleens aan als ik iemand ‘fijne paasdagen’ hoor zeggen. Maar ik zeg het zelf ook hoor.

Inmiddels is Tweede Paasdag ook alweer bijna voorbij. Gisteravond hebben we lekker gebarbecued, en tot 20:15 uur in de tuin gezeten. Wat een heerlijk weer was het.
Vanavond ga ik de dienst in tot morgenavond. Ben benieuwd of ik weer een bevalling ga doen, dat weet je nooit van tevoren…

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

Woensdag 16 april 2014 – Punctie nr 15

Het is wel een klein beetje zo dat ik, doordat ik nu werk, minder tijd overhoud om blogs te schrijven. Aan de andere kant moet ik toegeven dat ik die tijd hiervoor ook niet altijd had. Ik denk dat het er met name op neerkomt dat mijn leven niet meer dusdanig spannend is dat ik overal blogs aan kan wijden. Daarom heeft dit nieuwe blog ook zo lang op zich laten wachten. Ik schrijf nog altijd graag, maar niet meer over mijn dagelijks leven. Zo boeiend is dat namelijk niet meer. En over mijn werk schrijven kan en wil ik ook niet altijd.
Maar inderdaad, ik heb dus een baan! Sinds begin maart werk ik als waarnemend verloskundige bij de praktijk in Hoofddorp waar ik ook mijn eindstage heb gelopen. En in de zomer ga ik een paar maanden in Heerhugowaard werken. Het bevalt me ontzettend goed, het is heerlijk om zelfstandig aan het werk te zijn. Ook wel enorm spannend, want de verantwoordelijkheid is groot. Ineens moet ik alles echt alleen doen, zelf alle beslissingen nemen en oplossingen bedenken. Maar het gaat goed, en gelukkig mag ik altijd met collega’s overleggen. Ik geniet van het werk en ben zo blij dat ik dit vak nog kan uitoefenen. Ik heb zo’n leuke baan!

Vandaag was ik weer in het LUMC voor controle en een beenmergpunctie. De vijftiende alweer. Hierna nog eentje in oktober en dan staan er geen beenmergpuncties meer op het programma. Enerzijds fijn, anderzijds ook weer niet. Nu leef ik voor mijn gevoel vrij onbezorgd, omdat mijn beenmerg toch nog gecontroleerd wordt. Maar straks niet meer… Toch kan ik niet zeggen dat ik bang ben dat het terugkomt. Er is mij gezegd dat die kans zo klein is, dat ik er eigenlijk gewoon op vertrouw dat het goed blijft gaan.
Maar voor nu is het wel een prettig idee dat mijn beenmerg nog even een jaartje gecontroleerd blijft.

Het was weer lekker druk op de poli Hematologie. Een lange rij voor de balie waar ik me bij de assistente moest melden, dus ik ben eerst maar even een vingerprik gaan halen. Daar was het namelijk weer lekker rustig. Zo rustig, dat de prikmeneer ruim de tijd nam om meer dan een kwart milliliter bloed uit mijn vinger te knijpen. Ik vroeg ernaar, hoeveel hij moest hebben, en het bleek een kwart milliliter. Weten we dat ook weer. “Maar de dokter wil eigenlijk altijd wat meer hebben, voor differentiatie…blablabla…” Ik weet niet wat hij precies zei, maar iets met differentiatie van cellen. Ik loop hier nu al vier jaar rond, maar eh… iemand enig idee wat dat inhoudt? Ik heb maar niet doorgevraagd. Vond het wel best klinken, die differentiatie van cellen en zo.

Na het consult bij mijn hematoloog was het tijd voor de beenmergpunctie. Zoals altijd geen pretje, maar op een of andere manier heeft het ook wel weer wat. Het gedoe eromheen dan. Spulletjes pakken, beetje desinfecteren, verdoving, en ondertussen een beetje kletsen over van alles en nog wat. Het heeft wel iets gezelligs eigenlijk. Alleen de punctie zelf blijft vervelend (en de napijn). Na afloop neemt de verpleegkundige nog even bloed af, en blijft dan vaak nog even tien minuutjes praten terwijl ik met mijn heup op een opgerold matje lig. Je krijgt dan nog cappuccino aangeboden ook.

Het feit dat ik het allemaal niet zo erg vind, heeft er misschien wel mee te maken dat het op een bepaalde manier wel fijn is om af en toe weer even in het LUMC te zijn. Ik voel me daar zo thuis. Het is een heel bijzonder gevoel, omdat er weer allemaal herinneringen boven komen. Ik waan me weer even in de tijd van toen, maar dan in gezonde toestand. Als ik over het Leidseplein loop (het centrale plein in het ziekenhuis), en bepaalde tafeltjes zie bij de koffiecorner, dan zie ik mezelf daar weer zitten. De eerste keer dat ik van Hematologie naar beneden mocht, aan allerlei slangetjes en met de zuurstoffles aan mijn stoel. Ik zag er verschrikkelijk uit, maar het was echt een groots moment. En die keer dat mijn opa en oma me meenamen naar het Leidseplein om koffie te drinken, en dat mijn oma haar zelfgebakken cake had meegenomen. Ik had die dag zo’n last van mijn voedingssonde, waardoor ik continu aan het kokhalzen was. Vreselijk, dat vergeet ik ook niet meer. En dat ‘ie er niet uit mocht van mijn -toen nog andere- hematoloog.

Als ik in het LUMC ben zou ik het liefst alle verpleegkundigen en artsen van toen weer even willen zien. Ze spelen zo’n grote rol in mijn herinneringen. De eerste twee jaar ging ik nog regelmatig langs de IC en Hematologie om gedag te zeggen, en als het kon even een praatje te maken. Nu voelt het een beetje raar om nog langs te gaan, ook al denk ik dat ik echt wel welkom zou zijn. Ze waren daar altijd zo hartelijk. Het is nu echter vier jaar geleden en het moet een keertje klaar zijn. Maar toch blijf ik het leuk vinden.

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

Maandag 17 maart 2014 – Vier jaar geleden

Ik heb niet eens een blog geschreven op ‘de’ dag. De dag met de datum waarop ik vier jaar geleden mijn onbezorgde leven kwijtraakte. Ik heb het natuurlijk over 13 maart… Voor de meesten nog altijd een normale datum met weinig betekenis, behalve voor degenen die er iets mee hebben. In mijn geval is het de datum waarop ik plotseling in het ziekenhuis belandde en een ingrijpende diagnose kreeg. Toen begon alles. De behandelingen, de ellende, maar ook een nieuw leven. Mijn nieuwe leven. Zo voelt het nog altijd. Mijn oude leven ben ik op die dag kwijtgeraakt, maar ik heb er een nieuw leven voor teruggekregen. Eentje waarin ik in het begin erg mijn weg moest vinden en waarvan ik niet wist of ik het wel zo leuk vond. Maar inmiddels heb ik mijn leven weer opgebouwd, is alles weer op de rit en ben ik gelukkig én gezond. Soms denk ik weleens: had ik vier jaar geleden maar even in de toekomst kunnen kijken, zodat ik geweten had dat alles goed zou komen. Dat ik me weer gelukkig zou gaan voelen en verloskundige zou worden. Wat zou me dat een hoop zorgen hebben bespaard.

Nu, vier jaar later, liggen de kaarten heel anders dan toen. Ik ben gezond, sta voor mijn gevoel weer midden in het leven en ik ben zelfs aan het werk. Sinds kort neem ik waar bij een verloskundigenpraktijk in Hoofddorp. Daar heb ik ook mijn eindstage gelopen.
Er was me gevraagd of ik op 13 maart achterwacht wilde zijn voor één van de dienstdoende verloskundigen. Dat hield in dat ik mogelijk haar dienst moest overnemen als zij door omstandigheden niet kon. Dat wilde ik natuurlijk wel.
Ik had al een paar diensten gedaan in Hoofddorp, maar nog geen bevalling… En ik kan jullie vertellen dat die eerste bevalling na je afstuderen erg spannend is. Ik heb er tijdens mijn opleiding al 74 gedaan, maar die eerste na je afstuderen is toch een apart geval. Het is namelijk de eerste keer dat je er alleen voor staat. Afijn, de eerste twee nachten van mijn diensten heb ik bijna niet geslapen. Maar er beviel mooi niemand. Het bleef dus maar wachten op die eerste bevalling.

En toen was het 13 maart, 10:30 uur. Ik had net gebakjes gehaald, omdat ik me jarig voelde. En toen ging plotseling mijn telefoon. Ik moest de dienst overnemen, en kon gelijk door naar het ziekenhuis voor een bevalling. Mijn eerste!
Eenmaal in het ziekenhuis waren mijn zenuwen zo goed als verdwenen. Ik was op bekend en vertrouwd terrein in het ziekenhuis, en er ging gewoon een knop om. De bevalling verliep heel voorspoedig, en zo werd er op 13 maart 2014 aan het einde van de middag een blakend kindje geboren.
Dat had ik vier jaar geleden niet kunnen bedenken toen ik doodziek in datzelfde ziekenhuis lag. Ik wist toen niet eens of ik überhaupt nog verloskundige zou worden. Eigenlijk te bizar voor woorden dat ik de eerste bevalling na mijn afstuderen nou net precies op 13 maart heb gedaan. Ik zei nog tegen mijn moeder: “Ik ben niet bijgelovig, maar is dit niet iets té bijzonder..?”

Om 18:30 uur droeg ik de dienst over aan een collega, en ben ik snel naar het restaurant gereden waar ik met mijn familie zou gaan eten. Want ja, het was tenslotte 13 maart. En daar staan we nog elk jaar bij stil. Voor ons lijkt het nog zo kort geleden. We herinneren ons de meest onbelangrijke details van die dag. Sommige dingen van later op de dag zijn langs mij heen gegaan, omdat mijn toestand zo snel verslechterde. Maar zeker van ’s ochtends weet ik alles nog precies. Ik weet nog wat voor weer het was en welke kleding ik droeg. Mijn leven veranderde die dag. En dat maakt dat 13 maart altijd een bijzondere datum blijft.

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

Donderdag 20 februari 2014 – Wintersport

Met de wintersport in het vooruitzicht komen er allerlei herinneringen boven. Vier jaar geleden beleefde ik nu de laatste zorgeloze weken van mijn leven. De laatste weken waarin kanker nog een ver van mijn bed show was. De laatste weken waarin ik me nog gezond waande. De wintersport eind februari 2010 was fantastisch, wat heb ik daar fijne herinneringen aan. Drie weken later lag ik op de Intensive Care. Nog steeds kan ik niet bevatten hoe dat mogelijk is geweest. De herinneringen aan die wintersport zijn extra sterk, omdat we dit jaar weer teruggaan naar hetzelfde skigebied. We gingen daar al negen jaar lang naartoe, alleen vorig jaar zijn we ergens anders geweest. Maar nu gaan we met z’n negenen weer terug naar ons vertrouwde stekkie. Ik was daar voor het laatst toen ik leukemie had en dat nog niet wist. Ik kreeg blauwe plekken van een paar enorme valpartijen, omdat ik ’s middags moe was en continu viel. Iets wat ik uiterst frustrerend vond en ook niet begreep. Maar dat ik blauwe plekken kreeg van die klappers vond ik niet gek. Achteraf bleek dat ik toen al een laag Hb moet hebben gehad. Verder was er weinig aan me te merken. Maar die blauwe plekken van toen herinnert iedereen zich nog.

Dit jaar gaan we weer terug naar de familie R. die het Gasthof runt waar wij tot nu toe steeds verbleven. Een gezellig hotelletje waar een blind paard geen schade kan aanrichten. Heerlijk kneuterig en gezellig, wat wil je nog meer? Precies zoals je het verwacht bij een wintersportvakantie. Om maar een idee te geven: het dorpje is zo klein dat de chauffeur van de skibus ook achter de kassa zit bij de Spar, en tevens eigenaar is van de plaatselijke schietvereniging.

Mijn leukste wintersportherinnering gaat negen jaar terug, toen ik 16 was en besloot te gaan snowboarden. Skiën vond ik van het ene op het andere moment niet meer leuk. Ik koos voor snowboarden omdat er weinig andere opties waren. Ik had er mijn twijfels bij of ik het leuk zou vinden, maar besloot het een kans te geven. Die week was de leukste wintersport ooit. Misschien ook wel een beetje dankzij mijn o zo leuke snowboardleraar Rudy, een Nederlandse jongen van (toen) 23. Maar goed, dat terzijde.
Ik herinner me nog zo goed die eerste piste. Ik heb er een half uur over gedaan, minimaal. Na elke twee meter viel ik weer. Het leek echt onbegonnen werk. Maar goed, ik gaf niet op. Vooralsnog mocht ik steeds met mijn snowboardleraar in de sleeplift, want ja, ik kon het nog niet zo goed…

Op de laatste dag zou ik met mijn familie meegaan, maar mijn snowboardgroepje en ik hadden het zo leuk met elkaar, dat ik met hen meeging. Ondanks dat er een slalom op het programma stond. Ik zei nog tegen Rudy dat ik dat serieus niet kon. “Jawel, dat kan jij wel,” was zijn antwoord. Eigenlijk had ik het natuurlijk nooit moeten doen, maar iedereen ging, dus ik ook.
Vraag me niet hoe vaak ik ben gevallen tijdens mijn dodenrit om de vlaggetjes heen, maar de afgang was onnoemelijk groot. Ik werd aangemoedigd door onbekende toeschouwers die mij waarschijnlijk het gevoel wilden geven dat mijn gestuntel nog ergens op leek. En dan last but not least: er was gezegd dat ik aan het einde tússen de vlaggetjes door moest om de finish te halen, anders telde het niet. Hoe moeilijk kan dat nou zijn? Maar wat denk je, ik zag maar één vlaggetje… Geen idee wat ik in die ene paniekerige seconde precies besloot, maar het was niet goed. Ik heb de hele tijdmeter omver gereden. Ja, echt.
Wat ik me nog herinner zijn een vloekende Oostenrijker die boos naar de tijdmeter in de sneeuw zocht, en een Rudy die -terwijl hij mijn snowboard losmaakte zodat ik kon ontsnappen- zei: “Ah joh, dit gebeurt iedereen.”

Sindsdien heb ik nooit meer een slalom gereden. Maar het heeft wel een grappige herinnering opgeleverd. Die avond hebben mijn snowboardgroepje, Rudy en ik in de plaatselijke kroeg afgesproken om de week af te sluiten. We hebben heel hard meegezongen met het liedje ‘Who the F is Alice?’ dat gedraaid werd. Het is een parodie op het originele nummer ‘Living next door to Alice’ van Smokie. Als ik het nummer hoor, doet het me nog altijd denken aan die leuke wintersport met die verschrikkelijke slalom. Maar mijn enthousiasme voor snowboarden is er wel geboren.

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen