Maandag 4 juli 2011 – Fictieve hematologie

Ik ben nu een boek aan het lezen over een coassistent die in dagboekvorm beschrijft wat ze allemaal meemaakt tijdens haar coschappen. Geen literair hoogstandje, maar gewoon leuk. En voor mij af en toe ook wel herkenbaar, omdat ik als verloskundige in opleiding soortgelijke dingen meemaak.
Ze gaat van afdeling naar afdeling en dan zit ze ineens op hematologie. Ja, hematologie, een afdeling waar ik nog nooit van gehoord had, voordat ik zelf ziek werd. Er zijn zoveel meer voor de hand liggende specialismen, en dan gaat het over hematologie. Een beetje bizar vond ik het wel, moet ik zeggen.
Alles wat in dat hoofdstuk beschreven wordt, komt ineens heel dichtbij. Ik weet zeker dat als ik niet ziek was geworden en niet alles zelf had meegemaakt, ik het heel anders zou hebben gelezen. Het is een fictief boek, maar tegelijkertijd toch realistisch.

Op een gegeven moment schreef ze: Ik heb inmiddels al heel veel zieke patiënten gezien, maar zo ziek als ze op hematologie zijn heb ik ze nog nooit meegemaakt.
Enerzijds vroeg ik me af of het echt zo is. Geen idee hoe het op andere afdelingen gaat. Ik kan alleen voor mezelf spreken en heb in die twee maanden in het LUMC geen één andere patiënt gezien. Wat ik nog steeds jammer vind trouwens, maar goed, daar was mijn situatie niet naar. Als ik nu op hematologie kom, zie ik eigenlijk ook nooit patiënten over de gang lopen. Veel liggen er in isolatie en mogen dus hun kamer niet verlaten. Maar sowieso zijn patiënten op hematologie natuurlijk erg ziek, logisch.
Anderzijds dacht ik: het kan nog erger, ga maar eens op de Intensive Care kijken. Ik weet nog dat ik daar eindelijk weg mocht en het heel eventjes voelde alsof ik naar huis ging. Zo blij was ik -en de rest met mij- dat ik ‘goed genoeg’ was om terug te mogen naar hematologie. Moet je nagaan. Daar lig je nog steeds doodziek te zijn, maar ben je voor je gevoel toch iets verder van de dood verwijderd dan op de IC.

Maar terug naar het boek. Tijdens haar coschap op hematologie krijgt ze te maken met een jonge man, Sven, met non-hodgkin lymfoom, een vorm van lymfeklierkanker. Hij zegt op een gegeven moment tegen haar: “Je leert veel als je ziek bent, weet je dat. Het is dat je je er zo verrekte rot door voelt en dat het allemaal best veel pijn doet, anders zou ik zeggen dat iedereen één keer in z’n leven doodziek zou moeten zijn. Dan pas ga je inzien wat echt belangrijk is.” Treffende woorden, vond ik.
Niet heel veel later komt ze op een ochtend de afdeling op en blijkt Sven overgebracht te zijn naar de Intensive Care. Ook geïntubeerd en het hele rataplan. O jee (laat ik me netjes uitdrukken), dacht ik. Maar ik heb ook meerdere malen op het randje gelegen en kijk mij nu eens relaxed een boek lezen. Ik weet niet waarom, maar ik ging er ergens gewoon een beetje van uit dat het met Sven goed zou komen. Het is een fictief boek tenslotte.

De volgende bladzijde begon met drie woorden: Sven is dood. Een weet je, fictief of niet, ik schrok ervan. Dood? Hij wel? Eigenlijk hè, vind ik dit hoofdstuk best wel confronterend. Is het niet in dit boek, dan is het wel de harde werkelijkheid waarin deze ellende voorkomt. De harde werkelijkheid, die ook ik soms uit het oog lijk te verliezen, omdat mijn verhaal wel een happy end mocht hebben. Ik heb genoeg te verduren gehad, ik had bijna tot die lullige 5% behoord die in de eerste kritieke fase van APL overlijdt aan fatale bloedingen. Maar ik leef tenminste nog wel.

Toen ik het boek dichtsloeg, dacht ik gelijk aan aanstaande woensdag 6 juli. Dan word ik om 9:00 weer op de poli hematologie verwacht. Omdat mijn verhaal wél echt is, pure non-fictie. Ik krijg dan als het goed is de voor mij zo belangrijke uitslag van de punctie die een maand geleden is gedaan. Het voelt als een APK-keuring waar ik hopelijk weer even drie maanden gerust op kan zijn!

Dit bericht is geplaatst in Zonder categorie. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Maandag 4 juli 2011 – Fictieve hematologie

  1. Britt schreef:

    Hai Lisa,

    Ik vind dat je zo boeiend schrijft! Ben heel benieuwd naar het verhaal in je boek!

    Groetjes,
    Britt

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.