Dinsdag 12 juli 2011 – Stroboscodrama

9:15 polikliniek Keel-Neus-Oorheelkunde. Ik heb een afspraak bij de foniater (gespecialiseerde KNO-arts) en logopediste (van het LUMC).
Voor degenen die zich afvragen waarom: Als gevolg van de drie intubaties op de IC en de tracheacanule die ik heb gehad, hebben mijn stembanden een kleine twee maanden niet gefunctioneerd. Daardoor is mijn linkerstemband iets ‘kleiner’ geworden dan de rechter en sluiten ze niet meer goed. Ik heb nu een hese stem met weinig volume en dat moet verbeterd worden. Ik heb een paar lessen logopedie gehad en vandaag wordt er door middel van een stroboscopie gekeken of er al vooruitgang is geboekt.

Ik word uit de wachtruimte gehaald door de logopediste. “We moeten het even zonder dokter S. stellen, want die is er nog niet”, zegt ze, “maar de arts-assistent is er wel.”
Ik mag plaatsnemen in de KNO-stoel, waarvan de leuning loodrecht op de zitting staat (in een hoek van 90 graden). Het zit nogal…recht. Zodat je al die apparaten, cameraatjes, tangen en scharen niet kunt ontwijken als je er eenmaal in zit, denk ik. Slim gedaan.

“Zo, hoe is het met de logopedie gegaan? Hoe vind je het?” vraagt de logopediste.
“Tja, wat vind ik ervan. Het is…eh…het is…”
“Apart?”
“Ja, apart. Precies, dat is het”, zeg ik.
“Doe ’s voor wat je hebt geoefend.” (Doe ’s voor?? Meen je niet…)

En dan is het tijd voor de stroboscopie, want ik zie de arts-assistent het cameraatje (of zeg maar gerust camera) erbij pakken. “Deze ken je denk ik nog wel van de vorige keer?” vraagt ze. “Hmm hmm, ja.”
Bij een stroboscopie plaatst de arts een kijkinstrument tot achteraan in de keel om de stembanden te kunnen bekijken. Bij videostroboscopie (zoals bij mij) is de scoop aangesloten op een computer en kijkt de arts niet zelf door het kijkinstrument maar op het beeldscherm.

“Rug hol, beetje naar voren leunen, kin naar voren, mond open en tong uitsteken.” Zo. En ik ga vooral niet denken aan hoe charmant dit eruit moet zien…
Vorige keer schreef ik hier op de site dat de stroboscopie goed te doen was geweest. Maar vandaag is het niet zo goed te doen. Voor mij niet, maar voor de arts ook niet. Laten we het erop houden dat mijn kokhalsreflex weer uitermate goed functioneert.

Tot twee keer toe probeert ze goede opnames te maken van mijn stembanden, maar elke keer begin ik enorm te kokhalzen. Wat niet alleen voor haar, maar ook voor mij heel irritant is. De logopediste reikt me tissues aan om de tranen weg te deppen die door het kokhalzen uit mijn ogen rollen.
“Ik kan je keel even verdoven met een vieze spray, dan ga je wat minder snel kokken”, zegt de arts-assistent, “of zal ik het nog één keer zo proberen?”
“Probeer nog maar één keer zo”, antwoord ik. Maar ook die poging mislukt. Hoe vervelend. Dan zegt ze ineens dat ze nog iets anders kan doen: “die methode heeft als voordeel dat het cameraatje via je neus gaat…” Ik wilde graag iets tactvollers zeggen, maar wat ik zei was: “o god nee!” (ivm eerdere ervaring).
De arts-assistent verbaast zich erover dat ik het via mijn neus een ramp vind en liever heb dat ze me verdooft met die spray om nog een keer die stroboscopie te doen.

Wát een vies spul, die spray. “Doorslikken”, zegt de logopediste. Bleeghh.
Het duurt niet lang of het voelt alsof alles in mijn keel opzwelt. Mijn tong tintelt en voelt dik, ik kan nog moeilijk slikken en ik krijg het er een beetje benauwd van. Ik raak nog niet in paniek, maar gedachten aan de IC en intubaties schieten wel door mijn hoofd. Het is zo eng als het voelt alsof je het benauwd hebt, alsof je ademweg niet vrij is. “Ik weet dat het eng is”, zegt de logopediste opgewekt, “maar je keel is niet écht gezwollen, het voelt alleen zo. En over een half uur is het uitgewerkt.”
Pfff, ik vind dit niet zo’n succes. En ik plaat mlet een dlikke tlong.

Gesprayed of niet, de stroboscopie lukt nog steeds niet. De logopediste zit met haar neus bovenop het werk van de arts-assistent. “En nu moet je zo en zo bewegen, nee en niet zo, want dan duw je de uvula (= huig) omhoog. En niet teveel daar tegenaan, want dan gaat ze júist kokken.”
Ik heb nog nooit eerder gezien dat een dokter les krijgt van iemand die zelf geen dokter is. Maar de logopediste is behoorlijk zeker van haar zaak en heeft er veel verstand van.
“Oké, ik ga dokter (…) bellen”, zegt de arts. Wachten op de specialist, hopen dat die meer kans van slagen heeft. Ondertussen begin ik me steeds ongemakkelijker te voelen, ook al zeggen zij dat het niet erg is en dat de één nu eenmaal meer last heeft van kokhalzen dan de ander. Ze blijven erg geduldig.
Het zal eens een keer wél in één keer goed gaan bij mij. Maar ik kan hier zelf toch echt niets aan doen. Zo’n reflex heet niet voor niets een reflex. Sommige mensen zijn moeilijk te prikken in de arm voor infuus of bloedafname (wat bij mij dan weer altijd prima gaat), en ik ben moeilijk te stroboscopieën.

De specialist komt erbij, vraagt wat dingen uit en zegt dat die verdovingsspray “smerig rotspul” is. En terecht. Er komt nog een andere arts meekijken en dus staat de teller op DRIE dokters (en de logopediste). Hoe gênant.
Maar de stroboscopie lukt eindelijk, al gaat het moeizaam. Na afloop (en dat is zeker na een half uur) bekijken we op het beeldscherm mijn stembanden. Tussen alle mislukte filmopnamen, zit welgeteld één mooi shotje. Daarop zijn mijn stembanden in ‘gesloten staat’ te zien. De conclusie is dat ze wel sluiten, wat goed is, maar dat het moeizamer gaat dan normaal. Mijn rechterstemband moet harder werken om de stilstaande linkerstemband te compenseren.

Ik mocht kiezen tussen nog drie maanden logopedie of stemband opspuiten. Absoluut zonder twijfel: logopedie. Hoe apart het ook is.
We hebben afgesproken dat ik over drie maanden weer terugkom op de poli KNO en dan gaat de arts nog eens kijken (ze houden wel vol hè?). Als het dan nog niet verbeterd is, zal mijn linkerstemband waarschijnlijk ingespoten worden met hyaluronzuur. Ik heb gevraagd hoe dat in z’n werk gaat en daar werd ik niet heel blij van. Dus ik ga nog even flink door met logopedieën!

Dit bericht is geplaatst in Zonder categorie. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.