Woensdag 26 september 2012 – Punctie nr 12

Vanochtend had ik weer een afspraak op de poli Hematologie, voor controle en een beenmergpunctie. De twaalfde alweer. De laatste keer dat ik er was is twee maanden geleden, maar voor mijn gevoel is het veel langer geweest.
Laatst realiseerde ik me dat ik over het algemeen weer helemaal gelukkig ben, het leven leuk vind en het gevoel heb dat er nog steeds een hele mooie toekomst voor me ligt. Ik bedenk allerlei plannen, kijk vooruit en heb er vertrouwen in dat alles straks helemaal goed is. Een besef dat toch wel heel belangrijk is, omdat ik dit gevoel een tijdje volledig kwijt ben geweest. Met name toen ik net klaar was met mijn chemo’s. Het bekende ‘zwarte gat’, waarvan ik denk dat men onderschat hoe zwaar en heftig dat is. 
Hoe fijn is het dat ik nu weer anders in het leven sta…

Dat ik vanochtend weer op de poli was, deed me er weer even aan denken. Twee jaar geleden zag ik er als een berg tegenop dat ik ooit het ziekenhuis los moest gaan laten. Ik zag eigenlijk niet eens in hoe ik dat moest doen; iets dat zó belangrijk in je leven is geworden, loslaten? Maar die twee jaar onderhoudstherapie zijn wat dat betreft een soort glijbaan geweest. Een langzame glijbaan weliswaar, want wat ik ermee bedoel te zeggen is dat ik langzaam maar zeker ben toegegroeid naar het moment van loslaten. In het begin beheerste mijn ziekte en de ziekenhuisbezoeken nog minstens de helft van mijn leven, maar dat is geleidelijk aan minder geworden. Ik vraag me weleens af hoe patiënten dat doen die géén onderhoudsbehandeling van twee jaar hebben. Hoe enorm groot is dat zwarte gat voor hen dan wel niet geweest?!
Voor mij is nu het einde van mijn behandeling in zicht. Iets waar ik enerzijds heel erg naar uitkijk en wat ik anderzijds eng en spannend vind. Voor mijn gevoel ‘leef’ ik op die medicijnen. En als ik ze niet meer inneem, weet ik niet wat er in mijn lichaam gebeurt. Dat is eng. Wat dat betreft moet ik het vertrouwen weer terugkrijgen. Op een of andere manier. 

Maar goed, ik was dus op de poli vanochtend. Megadruk was het, een wachtkamer vol met patiënten. De controle was niet spectaculair, wat logisch is als alles goed gaat, ik geen klachten heb en mijn behandeling er bijna op zit. Maar er stond ook nog een beenmergpunctie op de planning, dus ik kwam niet helemaal voor niks. De twaalfde beenmergpunctie, hierna nog eentje en dan is het klaar. Opmerkelijk dat ik dan 13 puncties heb gehad, op 13 maart 2010 de diagnose kreeg, op 13 juli 2010 hoorde dat ik ‘schoon’ was en op 13 oktober 2012 mijn allerlaatste dosis ATRA zal innemen. Ik heb iets met dertien; lekker zo’n ongeluksgetal.
Ik kreeg weer een dubbele verdoving en het viel dit keer zowaar mee! Ik zou bijna zeggen: een eitje. Ik had me zo’n beetje voorbereid op het ergste, omdat het de afgelopen vijf of zes keer gewoon vreselijk pijnlijk was, dus dit was absoluut een enorme meevaller. We hebben nog hele gesprekken gevoerd tussendoor. Het enige moment dat ik even niet gesproken heb was tijdens het opzuigen van het beenmerg, want dat is het meest gevoelig. Maar daarbuiten kon ik nog aardig kletsen, dus eigenlijk ging het gewoon goed.
Ik ben thuis wel gelijk mijn bed ingedoken om even te slapen, want ik was erg moe. Het heeft me veel minder energie gekost dan anders, maar toch gaat zo’n punctie me niet in de koude kleren zitten.

Aanstaande zaterdag begin ik met mijn allerlaatste ATRA-kuur… Eigenlijk vind ik het ongelooflijk dat ik er gewoon een behandeling van tweeënhalf jaar op heb zitten. Ik zit al tweeënhalf jaar in dit kankerwereldje, dat had ik vroeger nooit kunnen bedenken.
Ik zie mezelf nog staren naar die eerste ATRA-capsules die ik voorgeschoteld kreeg. Toen wist ik nog niet hoe belangrijk ze waren; nu vind ik het bijna moeilijk om er afstand van te moeten doen.
Dit soort dingen zet me regelmatig aan het denken. Ik vind het -hoe goed mijn leven ook weer op orde is- kennelijk toch nog een beetje moeilijk om deze hele periode af te sluiten. Ik weet ook niet of dat kan, afsluiten. Wat is afsluiten? Ik kan niet even de deur dichtdoen en weglopen. Zo van: dat was dat. Tenslotte gaat het hier om mijn leven dat totaal veranderd is. En toch was deze behandelingsperiode een fase in mijn leven, waaraan nu een einde gaat komen. Het voelt niet zozeer alsof ik een nare periode moet afsluiten, want de laatste twee jaar waren helemaal niet vervelend. Het voelt eerder alsof ik een bijzondere, intense periode achter me moet laten. En dat vind ik kennelijk toch best lastig. 
Ik zou denken dat ik een gat in de lucht zou moeten springen. Volgens mij is dat ook normaal, dat je blij bent als dit allemaal achter de rug is. En natuurlijk ben ik blij, maar er zit ook een stukje emotie aan vast. Er komt een einde aan een bijzondere fase van mijn leven. Een tijd waarin ik door een diep dal ben gegaan, maar ook veel mooie dingen heb meegemaakt. Het is iets wat ik eigenlijk maar moeilijk kan omschrijven en waarvan ik denk dat alleen mensen die hetzelfde hebben ervaren, het kunnen begrijpen.
Hoe kun je nou moeilijk afstand doen van iets wat je nooit had willen krijgen?

Dit bericht is geplaatst in Zonder categorie. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.