Woensdag 19 september 2012 – Even een update

Gisteravond:
Ik hoor Paul de trap op stormen en al hijgend komt hij naar me toe gerend.
“Lies, je moet me helpen.” En hij stort gelijk twee van zijn schoolboeken op mijn bureau.
“Waarmee?”
“Nou, ik ben met mijn huiswerk bezig en ik weet een paar dingen niet. Papa en mama zeiden dat ik dat maar aan jou moest vragen.”
O, nou, dat zal dan wel niet over wiskunde gaan…
“Laat maar zien, wat weet je niet?”
Paul opent zijn werkboek Biologie en wijst op een schematisch model van het menselijk lichaam. “Dit hier, wat zijn dat? Mama zei dat het wel eens de nieren zouden kunnen zijn…”
Ik schiet in de lach. “Ja, klopt, dat zijn de nieren.”
“Oké, en wat zijn deze slierten dan?”
“Dat zijn de urineleiders, die lopen vanuit de nieren naar de blaas.”
En dan begint Paul heel hard te lachen, want stiekem vindt hij dit allemaal vreselijk grappig. Het blijft een kind van twaalf natuurlijk.

“Maar hé, moet je deze vragen niet beantwoorden naar aanleiding van een stuk tekst dat je gelezen moet hebben..?” vraag ik.
“Nee, maar hier staat dat als je de antwoorden niet weet, je ze kunt opzoeken in een medische encyclopedie.”
“Aha, nou, ik ben wel een hele makkelijke encyclopedie dan voor je.”
“Ja, inderdaad!”
Gelukkig is hij niet bijdehand, hm?
“Moet je kijken, ik heb hier een heel mooi anatomieboek voor je. Daar kun je alles in vinden.”
“Néééé, alsjebliéft niet! Kijk eens hoe laat het al is, ik moet dit even snel afmaken!”
“Ja, dat is je straf. Had je het maar eerder moeten doen.”

Maar goed, ik besluit hem wel even te helpen. Ik ben ook de beroerdste niet… Maar ik wil het hem wel laten zien in het boek, want dan onthoudt hij er misschien ook nog iets van. Paul vindt al die (gewoon Nederlandse) namen van organen en weefsels maar hilarisch en krijgt de woorden nauwelijks uit zijn mond zonder te lachen. Als ik vraag wat hij er nou precies zo grappig aan vindt, antwoordt hij: “Ja sorry hoor, maar het klinkt een beetje als -hij barst weer in lachen uit-… nou ja, je weet wel… gewoon gek!”
Uiteindelijk schrijft hij alle antwoorden in zijn werkboek en mompelt ondertussen: “Ohh… ik vind dit echt vre-se-lijk.”
Dus nou ja, of er voor Paul een toekomst in de medische sector is weggelegd, ik weet het niet…

Ik moest trouwens laatst ontzettend om hem lachen. Afgelopen zaterdagavond zat mijn vader tijdens het eten te vertellen dat hij naar de opticien was geweest om zijn ogen te laten testen.
“Hoezo?” vroeg ik.
“Omdat ik niet meer tevreden ben, ik zie niet goed,” antwoordde hij.
“Nou,” zei Paul, “je ziet in ieder geval alles wat niet opgeruimd is!”

Mijn stage in het Slotervaart Ziekenhuis is inmiddels afgelopen. Vorige week donderdag en vrijdag waren mijn laatste twee diensten en toen ben ik beide dagen volop bezig geweest met bevallingen. Uiteraard was ik daar heel blij mee, want daarvoor had ik een paar diensten niks te doen gehad.
Ik heb voor het eerst een bevalling helemaal in het Engels begeleid. Dat was ook nog best even wennen hoor, want je moet toch zoeken naar de juiste woorden om iets goed te kunnen uitleggen. Maar gelukkig ging het prima. Ik vond het persoonlijk best wel komisch dat we (haar man ook) op het einde allemaal “push! push! push!” zeiden, in plaats van wat we normaal gesproken in het Nederlands zeggen. Het leek wel een Amerikaanse bevalling zo…
Uiteindelijk moest het kind om bepaalde redenen zo snel mogelijk geboren worden, dus ik heb een episiotomie (knip) gezet en daarna volgde het kind meteen. De navelstreng zat om de nek (gebeurt vaak), maar die kon ik gemakkelijk over het hoofdje afhalen. Het kind was vrijwel meteen in goede conditie.

Vrijdag heb ik het ook lekker druk gehad. ’s Ochtends aan het begin van mijn dienst ging ik eigenlijk alleen even een infuus bij mevrouw prikken, om daarna naar de overdracht te gaan, maar ik ben niet meer bij haar weggegaan. Alleen een paar keer om iets te overleggen. Ik heb niet eens geluncht…
Grappig was dat, nadat het kind geboren was, we allemaal een dikke knuffel kregen van de moeder van mevrouw. Ze wilde ons allemaal even omhelzen. Ik stond daar met mijn -niet bepaald schone- steriele handschoenen aan, maar dat maakte haar niks uit. Ik heb mijn handen maar ver bij haar vandaan gehouden.
Ongeveer drie kwartier na de geboorte van het kind (het was inmiddels ook het einde van mijn dienst) zei ik dat ik eerst even snel wat zou gaan drinken, en daarna hun kindje nog zou komen nakijken.
“Ga je voor het eerst vandaag iets drinken?” vroeg de partner.
“Ja,” moest ik tot mijn eigen verbazing toegeven. Ik had sinds mijn ontbijt die ochtend om zes uur niks meer gegeten of gedronken. Dat is natuurlijk niet goed. Ik dacht steeds: ik ga zo wel even… Maar daar is niks meer van terecht gekomen.
Uiteindelijk heb ik dus even snel iets gedronken, terwijl de avonddienst inmiddels gearriveerd was, en daarna heb ik het kindje nog even nagekeken. Toen ik afscheid nam omdat ik naar huis ging, zei de vrouw tegen mij: “Mocht ik ooit nog voor een tweede kind gaan, dan wil ik dat jij mijn verloskundige weer bent.”
Als je het hebt over voldoening halen uit je werk, dan is dit het. Doordat zij zo tevreden was, ben ik ook fluitend naar huis gegaan.

Dit bericht is geplaatst in Zonder categorie. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.