Zondag 9 februari – Werk in de aanbieding?

Oké, verloskundige worden is één ding, maar verloskundige zijn… dat is nog niet zo makkelijk als er geen vacatures zijn. Afstuderen in deze periode van het jaar blijkt redelijk onhandig, heb ik gemerkt. Vlak voor mij is er namelijk een hele lading verloskundigen afgestudeerd, en die hebben natuurlijk alle plekjes opgevuld. Gelukkig helpt het dat ik weet dat alle afgestudeerde verloskundigen werk hebben gevonden en dat niemand thuis zit. Behalve ik dan. Vooralsnog. Maar de vacatures komen er heus wel, alleen moet ik misschien even geduld hebben. Bij mijn beëdiging zei de secretaresse van de opleiding dat ze regelmatig wordt gebeld door praktijken die wanhopig op zoek zijn naar iemand die kan komen waarnemen. Dus ach, het komt heus wel goed. Ik heb nog lang niet op al mijn (open) sollicitaties reactie gehad, dus wie weet vloeit daar nog iets uit voort. Ik mag in ieder geval binnenkort op gesprek komen bij een praktijk voor waarneming in de zomer. Het lijkt me ontzettend leuk om daar te werken, dus ik hoop dat dat doorgaat.

“En anders kun je altijd nog een boek gaan schrijven, zolang je geen werk hebt,” zei mijn docent tijdens mijn beëdiging. Ja natuurlijk, ik ga nog wel ‘even’ een boek schrijven. Zou ik overigens geweldig leuk vinden, maar waarover precies?
“Deel 2 natuurlijk,” roept mijn moeder al een hele tijd. “Over hoe het verder ging na je ziekte, en over je leven daarna als verloskundige.”
Zo’n anderhalf jaar geleden ben ik wel begonnen aan een deel 2. Ik maakte toen nog genoeg mee om over te schrijven. Genoeg ziekenhuisbezoeken, genoeg hersenspinsels. Maar toen ik weer fulltime stage ging lopen bleef er zo weinig tijd over. En bovendien ben ik niet het type dat zichzelf kan opsluiten om te schrijven, daar zou ik depressief van worden. Schrijven vind ik heerlijk, ik kan niet zonder. Maar ik kan niet te lang binnen zitten, ik wil naar buiten, erop uit, iets dóen. Anders word ik gek. Dus dat staat het schrijven van een boek een beetje in de weg. Toch lijkt het me nog steeds heel erg leuk, dus wie weet, ooit.

De afgelopen twee weken ben ik druk bezig geweest met het regelen van allerlei dingen. Ik sta nu ingeschreven in het BIG-register en bij de Kamer van Koophandel (als zelfstandig verloskundige). Verder heb ik -ook niet geheel onbelangrijk- al mijn verloskundige spullen gecontroleerd, of alles werkt. En ik heb mijn zuurstofset in elkaar gezet. Alles is klaar voor gebruik.
In the meantime ben ik ook nog jarig geweest, op 4 februari. Ik heb een gezellige borrel gehouden om mijn afstuderen en verjaardag te vieren. 25 jaar tel ik nu. Volgens mij begint dan de aftakeling, toch? Zoiets heb ik ergens gelezen. Lekker vooruitzicht. Niet te lang bij stilstaan. Eerst fijn op wintersport! En dan ga ik daar bovenop de berg, al zittend in de sneeuw en genietend van de zon… zitten bedenken hoe geweldig het is dat ik 25 jaar heb mogen worden. Want zo is het wel.

Geplaatst in Zonder categorie | Één reactie

Vrijdag 24 januari 2014 – Beëdigd als verloskundige

De eed van Hippocrates:

Ik zweer/beloof dat ik de verloskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens.
Ik stel het belang van de cliënt voorop en eerbiedig haar opvattingen.
Ik zal aan de cliënt geen schade doen.
Ik luister en zal haar goed inlichten. Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.
Ik zal de verloskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden.
Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving.
Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.
Ik maak geen misbruik van mijn verloskundige kennis, ook niet onder druk.
Ik zal zo het beroep van verloskundige in ere houden.

“Dat beloof ik.”

Samen met een medestudent die ook afstudeert, mag ik dan eindelijk de eed afleggen en mijn diploma in ontvangst nemen. Wat een fantastisch gevoel. Dit alles omringd door mijn familie (ouders, zus, broer, opa en oma), die getuige zijn van dit voor mij heel belangrijke moment. Hier staande voel ik me trots. Het is me gelukt. Wat heb ik hier naar uitgekeken!
Mijn studieloopbaanbegeleider heeft een mooie, persoonlijke toespraak voorbereid. Ik krijg het ook geplastificeerd mee naar huis, samen met de groepsfoto die vorig jaar met al mijn jaargenoten is gemaakt. Die groepsfoto van mijn jaargang hangt inmiddels al een jaar ingelijst op de Verloskunde Academie bij alle andere foto’s van afgestudeerde verloskundigen.

Natuurlijk komt ook mijn ziekte even ter sprake. En het feit dat ik vanaf het moment dat het weer enigszins mogelijk was, mijn opleiding hervatte.
Achteraf kan ik stellen dat ik toen nog volop in mijn verwerkingsperiode zat en het eigenlijk te vroeg was. Het was geen makkelijke periode omdat ik tegen van alles en nog wat aanliep. Ik merkte dat ik mijn aandacht moeilijk bij de lessen kon houden, steeds maar aan het ziekenhuis dacht en me vaak onbegrepen voelde door mijn medestudenten. Ik kreeg te maken met allerlei tegenstrijdige gevoelens en twijfels. Ik herinner me het moment nog dat ik dacht: alles staat op losse schroeven, niks in mijn leven lijkt meer wat het was, ik ben mijn doelen kwijt. Ik heb me er zeker zorgen over gemaakt en snapte mezelf niet meer, maar tegelijkertijd realiseerde ik me dat dit waarschijnlijk allemaal bij het verwerkingsproces hoorde -of zeg eigenlijk maar rouwproces, want dat was het. Ik ben daarom ook gewoon doorgegaan, omdat ik geloofde dat ik wel weer ‘bij zinnen zou komen’ en alle tegenstrijdige gevoelens wel weer zouden verdwijnen. Bovendien kon ik voor mijn gevoel ook niet anders, want het leven ging toch door. Al vond ik dat niet altijd even makkelijk. Zoals ik dit in mijn boek ook heb beschreven.

En inderdaad, alles is goed gekomen. Niet alleen omdat ik er hard voor gewerkt heb, maar ook omdat ik de mogelijkheid heb gehad om de opleiding voort te zetten. Ik realiseer me heel goed dat ik veel geluk heb gehad. Aan mijn periode op de Intensive Care had ik van alles kunnen overhouden, waardoor ik mijn opleiding misschien niet had kunnen afmaken.
Grappig genoeg zei mijn studieloopbaanbegeleider na mijn CGI-gesprek: “In jouw hele portfolio schrijf je niets over je ziekte. Nou ja, misschien twee zinnetjes. Hoe komt dat? Speelt het geen rol meer, of…?” Maar het speelt zeker nog wel een rol. Het heeft mijn hele leven veranderd, dus in die zin speelt het elke dag nog een rol. Er gaat ook geen dag voorbij dat ik niet aan mijn ziekteperiode denk. Dat gaat vanzelf. Het hoort bij mijn leven, en bij mijn studietijd. Ik praat er veel over met mijn moeder. We halen herinneringen op (‘weet je nog dat…’) en lachen om grappige situaties in het ziekenhuis, want die waren er ook. Maar we praten ook over alle heftige gebeurtenissen en over hoeveel geluk ik heb gehad.
Inmiddels is mijn leven weer op de rit, en kan ik gewoon fulltime werken. En nu ben ik ook eindelijk verloskundige. Nu écht. Officieel. Ik moet er nog een beetje aan wennen. Vanaf nu hoef ik er geen ‘in opleiding’ meer achteraan te zeggen.

Ik kan niet anders zeggen dan dat de studieloopbaanbegeleiders gezorgd hebben voor een feestelijke beëdiging. En dat terwijl dat normaal gesproken niet de bedoeling is bij een tussentijdse beëdiging (niet op het officiële moment in het studiejaar). Eigenlijk was het zelfs niet de bedoeling dat we mensen meenamen, maar gelukkig was er tegen ons gezegd dat dat wel mocht (“Dit gebeurt tenslotte maar één keer in je leven”). Ik was zo blij dat ik mijn familie mocht meenemen. Nog afgezien van mijn ziekte heb ik namelijk sowieso een lange weg moeten afleggen om te komen waar ik nu ben. Direct na de middelbare school heb ik in de zomervakantie in zes weken tijd mijn scheikundediploma gehaald, omdat ik anders niet mocht meeloten voor Verloskunde. Vervolgens werd ik twee keer uitgeloot en heb ik eerst een jaar Pedagogiek in Amsterdam gestudeerd, en daarna een jaar Verloskunde in België. In totaal heb ik dus bijna acht jaar gestudeerd om uiteindelijk dit diploma te behalen. Dan wil ik natuurlijk wel graag dat mijn familie erbij is als ik afstudeer. Er kwamen ook nog een paar studievriendinnen, wat erg leuk was (twee konden helaas niet). Al met al waren we nog met een behoorlijke groep, omdat mijn medestudent natuurlijk ook een aantal mensen had meegenomen. Erg gezellig dus, en feestelijk.
We hebben champagne gedronken, lekker gekletst, foto’s gemaakt, en ik heb de aanwezige docenten gedag gezegd. Toch wel gek als je ze hoort zeggen: “Het ga je goed, Lisa.” Want dan realiseer je je dat je ze niet meer ziet… Maar wellicht ooit nog op bijscholingen of iets dergelijks. Het wereldje van verloskundigen is niet zo groot.
Het was een raar gevoel mijn toegangsbadge te moeten inleveren en voor de laatste keer mijn opleiding te verlaten. Vijf en een half jaar heb ik daar gestudeerd en nu is het klaar. Ik ga beginnen aan mijn verloskundige carrière!

Bedankt voor alle leuke kaarten en de reacties op mijn vorige blog. Ik ben zeker van plan door te gaan met schrijven!

Geplaatst in Zonder categorie | 2 Reacties

Donderdag 16 januari 2014 – De eindstreep

En dan is het eindelijk zover. Ik mag mijn CGI doen, het ‘Criterium Gericht Interview’. Het laatste mondeling examen van de opleiding. Ik ga er als student heen, en kom misschien wel als verloskundige terug… De eindstreep ligt voor mijn voeten, ik hoef er alleen nog maar overheen te stappen. Maar dan moet ik wel even mijn CGI halen.
Man, wat ben ik zenuwachtig. Drie dagen lang heb ik me voorbereid. Ik heb allerlei informatie opgezocht en uit mijn hoofd geleerd, maar heb geen idee wat voor vragen ik ga krijgen. Wat ik in ieder geval weet, is dat ik mijn eigen handelen moet kunnen verantwoorden en moet aantonen dat ik er klaar voor ben om zelfstandig aan het werk te gaan.

Ik realiseer me ineens hoe snel de afgelopen maanden zijn gegaan. Op 27 december heb ik mijn eindstage met goede beoordeling afgerond. Hoewel ik graag even rust had willen nemen (ook omdat ik in mijn laatste stageweek grieperig was geworden), was daar simpelweg geen tijd voor. Ik moest hard aan de slag met mijn portfolio, het belangrijkste document van de opleiding, dat ik op 6 januari moest inleveren.
portfolio2In mijn portfolio beschrijf ik mijn ontwikkeling aan de hand van alle beroepsgerelateerde competenties, en aangezien dit mijn laatste portfolio betrof moest ik aantonen competent en startbekwaam te zijn. Dit alles vergezeld van de nodige bewijslast (beoordelingen, feedback, cijfers, etc.).
De volledige kerstvakantie heb ik me zo’n beetje als kluizenaar gedragen en er hard aan gewerkt. Ik moest en zou een voldoende krijgen, want anders zou ik mijn CGI niet mogen doen en dus deze maand niet afstuderen.

Ondanks de nodige stress, vermoeidheid, alle ‘ik-ben-er-zo-verschrikkelijk-klaar-mee’-buien, en tussen het hoesten en niezen door, heb ik dit achtste en tevens laatste portfolio op de afgesproken datum ingeleverd. Terwijl twee docenten zich erover zouden buigen, begon voor mij het wachten. Mijn moeder maakte al plannen voor een afstudeer-etentje, en mijn vader bleef maar zeggen dat ik echt wel zou slagen. Ik daarentegen bleef maar roepen dat het ook een onvoldoende kon worden, omdat ze zo streng zijn…omdat er zoveel eisen aan gesteld worden…omdat het misschien toch nog niet goed genoeg zou zijn…omdat… nou ja, ik bedacht van alles. Alles om mezelf in te dekken. Het kon nog misgaan, de buit was nog niet binnen. En als iedereen er dan ook nog van uitgaat ‘dat je toch wel slaagt’, wordt de druk alleen maar hoger.
En toen was daar eindelijk het verlossende mailtje: ik had een voldoende. Godzijdank. Het CGI, het laatste mondeling examen, stond gepland voor twee dagen later, op 16 januari.

En dan is het ineens de 16e. Misschien wel de allerlaatste dag als verloskundige in opleiding. Een heuglijke dag in dat geval. Het enige wat ik eigenlijk wil, is dat deze dag heel gauw om is. Ik heb mijn CGI pas om 14:15 uur, en de zenuwen zijn lichtelijk slopend. 
Eenmaal lopend door de gang naar de Verloskunde Academie zeg ik tegen mezelf: “Ik kan dit. Zelfverzekerd zijn. Ik kan dit. Ik heb de eindstreep gehaald, dit haal ik ook.”
Aan een tafel in de gang wacht ik tot ik word binnengehaald. Op de deur zie ik een briefje hangen met: CGI-gesprek, stilte graag. Het wachten is het ergste. Gelukkig komt er een jaargenoot langs die ook studievertraging heeft opgelopen, en even een praatje komt maken. “Succes zometeen! Enne… ik hoor het wel!”

Dan word ik binnengehaald. Er staat een cameraatje op me gericht, omdat het CGI-gesprek wordt opgenomen. De twee docenten die mijn portfolio hebben beoordeeld (waaronder mijn studieloopbaanbegeleider), zitten klaar om hun vragen op me af te vuren. “Zullen we maar beginnen?”
“Ja, laten we dat maar doen.”
Oké, dit is het dan. Mijn CGI is van start gegaan.
Een half uur lang word ik ondervraagd over verschillende casus die ik in mijn portfolio heb beschreven. “Op basis waarvan heb je die beslissing genomen?”, “Waarom heb je er niet voor gekozen om het anders op te lossen?”, “Had je er niet beter aan gedaan om…”,  “Vind je zelf dat je goed hebt gehandeld in deze casus?”, “Hoe zou je het in de toekomst anders kunnen doen?”, “Kun je een concreet voorbeeld noemen waarmee je aantoont dat je…?”
Gelukkig is op een gegeven moment de tijd om.
“Nog één laatste vraag Lisa… Waarom moeten wij jou laten gaan?”
En daar kan ik eigenlijk maar één antwoord op geven: “Omdat ik er klaar voor ben.” Ik hoor het mezelf zo overtuigend en zelfverzekerd zeggen, dat ik ook zeker weet dat het echt zo is. Ik ben er klaar voor.

Tien minuten lang moet ik op de gang wachten, terwijl de twee docenten samen tot een oordeel komen. Ik sta een beetje zenuwachtig te leunen tegen de pilaar op de gang, omdat er een grote groep eerstejaars studenten rondhangt en alle stoelen bezet zijn. Ik hoor mezelf af en toe diep zuchten. Zal ik geslaagd zijn?

Als mijn studieloopbaanbegeleidster me binnenhaalt, weet ik niet zo goed hoe ik het heb. Alles in mij schreeuwt: kom op, zeg het!!!
“We gaan je feliciteren,” zegt ze lachend.
Het is me gelukt, ik heb het gehaald. Met roodgloeiende wangen laat ik me feliciteren. Ik kan het bijna niet geloven.
“Meid, fantastisch. Hebben we je laten zweten?”
“Ja, best wel.”  
“We hebben het je niet makkelijk gemaakt, maar je hebt het goed gedaan. Zelf vonden we dat we een erg goed CGI hadden afgenomen!” lachen ze allebei.

Als we het lokaal verlaten, staat de groep eerstejaars studenten nog op de gang.“Dames, hier is onze nieuwe verloskundige!” roept mijn studieloopbaanbegeleider.
Wauw, wat klinkt dat gaaf. Ik ben verloskundige. Tenminste, zo goed als. Op vrijdag 24 januari word ik officieel beëdigd en ontvang ik mijn diploma. Maar niets staat dat nu nog in de weg.

Van leukemiepatiënt tot verloskundige, het is dus mogelijk. Ik ben afgestudeerd!!

Geplaatst in Zonder categorie | 8 Reacties

Zondag 8 december 2013 – Time flies

Laat ik beginnen met mijn excuses aan te bieden voor het feit dat ik zo lang niet geschreven heb. In die vier jaar dat dit blog nu bestaat is er nog nooit zo lang geen blog geweest. Schandalig…

Ik ben erg druk met mijn eindstage, waardoor er weinig tijd over blijft. Op de momenten dat ik vrij ben wil ik dan graag andere dingen doen of gewoon even niets. En een blog vraagt meestal best veel tijd -ook al lijkt het alsof het zo getikt is. Soms weet ik ook gewoon niet wat ik nog moet schrijven. Mijn dagelijkse bezigheden bestaan vooral uit werk; spreekuur, bevallingen en kraamvisites. Errug interessant en errug leuk, maar daar kan ik in het kader van beroepsgeheim niet zoveel over vertellen, en daarnaast vraag ik me weleens af of het voor jullie nou wel zo boeiend is allemaal.
In ieder geval ben ik bijna afgestudeerd. Onlangs heb ik daarom mijn volledige verloskundige uitrusting aangeschaft. Na een bezoekje aan het bedrijf en een tweeënhalf uur durende voorlichting over alle instrumenten en spullen, heb ik mijn bestelling gedaan. Vorige week werd het bezorgd en inmiddels heb ik alles ook al een plekje gegeven. Oftewel, mijn verlostassen zijn ingepakt. Voor zover dat kon. Theoretisch gezien zou ik zo aan de slag kunnen, alleen het diploma ontbreekt nog.

DSC01575 (Medium)  DSC01578 (Medium)

Ik moet zeggen dat het wel spannend is allemaal. Ik ben me meer dan ooit bewust van het feit dat ik straks alle verantwoordelijkheid heb voor moeders en kinderen, dat ik in mijn eentje beslissingen zal moeten nemen. Dat ik ook voor moeilijke en stressvolle situaties zal komen te staan, en dat ik die dan zelf zal moeten oplossen. Maar ik voel dat ik er klaar voor ben en weet dat ik het kan. In vier jaar tijd word je hierop voorbereid. Ik doe nu ook al alles zelf, alleen er is nu nog iemand bij die eindverantwoordelijk is. Straks ben ik dat. Gelukkig hou ik van verantwoordelijkheid en zelfstandigheid, en vind ik het vak daarom ook zo leuk. Maar spannend is het natuurlijk wel…

Sinterklaas is inmiddels alweer achter de rug. Ook wij hebben het gevierd, afgelopen vrijdag. Zoals altijd was het weer erg leuk en gezellig. Gisteren heb ik met mijn moeder een kerstboom gekocht. Sint eruit, Kerstman erin. Op de terugweg werd ik gebeld door een van de verloskundigen van mijn stage: of ik een bevalling wilde doen. Het is vrij rustig qua bevallingen, dus vandaar dat ik bijna continu oproepbaar ben. Zodoende hebben we de kerstboom thuis afgeleverd en ben ik gelijk doorgereden naar het ziekenhuis. Zo kan je dag ineens een heel andere wending nemen.

Het huis is inmiddels in kerstsferen gebracht. Heerlijk vind ik dat. Kerst is de gezelligste tijd van het jaar. Voor mijn ziekte zette ik elk jaar ook een redelijk grote kunstkerstboom op mijn slaapkamer. Daarna heb ik het niet meer gedaan. Het is al vier jaar geleden dat er voor het laatst een kerstboom stond. Gevoelsmatig was het niet meer zo nodig, niet belangrijk genoeg om er zoveel moeite voor te doen. Dit jaar denk ik: hmm, misschien toch wel weer leuk. Niet dat ik veel zin heb om dat ding in elkaar te gaan zetten, maar als ‘ie eenmaal staat is het wel erg leuk. Vanmiddag heb ik mijn kerstversiering opgezocht op de zolder. Het stond helemaal achterin ergens onder het dak. Een vierjarige laag stof erop. Het leek nog maar kort geleden dat ik deze spullen voor het laatst in mijn handen had, en toch is het alweer vier jaar geleden. De afgelopen jaren zijn echt voorbij gevlogen.
Afijn, ik denk dat ik misschien wel weer een kerstboom in elkaar ga frutselen.

Over een paar dagen haal ik deze site tijdelijk uit de lucht, omdat ik ga solliciteren. Maar ik laat snel weer van me horen, beloofd.

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

Vrijdag 25 oktober 2013 – Tijd om bij te praten

De hardloopcursus is inmiddels afgelopen…
“Gelukkig heeft het maar 45 euro gekost,” zeg ik tegen mijn moeder.
“Inderdaad. En toch hebben we er wat van geleerd,” antwoordt ze.
“O dat zeker. Dat we hardlopen niet kunnen, dat we het niet leuk vinden, en dat we het nooit meer gaan doen.”
“Nou, en dat voor 45 euro.”
“Precies. Eigenlijk hartstikke goed dus, dat we zijn gegaan. We hebben heel wat geleerd.”

Wat waren we blij dat die cursus was afgelopen. Toch had ik bedacht door te willen gaan met hardlopen. Maar dan op mijn eigen tempo en zonder een hele groep die mij voorbij rent. Niets zo demotiverend als dat. Ik was al gauw een beetje klaar met dat rennen in een groep. Voor mij werkt het niet. En de fysiotherapeuten zouden een aangepast schema maken voor degenen die het normale schema (zo normaal vond ik het schema niet, maar oké) niet konden volgen, maar dat hebben ze niet gedaan. Dus ik deed zelf maar wat. Kortom, voor mijn gevoel had ik er helemaal niets aan. Het enige wat ik wel merkte is dat mijn energie in geen tijden zo goed is geweest. Vandaar dat ik er wel mee door wil gaan. Of misschien gewoon lopen, of toch een abonnement bij de sportschool… Ik ben er nog niet helemaal uit.

Op 9 oktober ben ik weer op controle geweest op de poli Hematologie. Nog voordat ik een vingerprikje kreeg, werd ik al door mijn hematoloog uit het prikkamertje gevist. De mevrouw zat al klaar met haar prikkertje, maar tevergeefs. Aangezien ik ook een beenmergpunctie zou krijgen en daarna toch altijd bloed wordt afgenomen, vond mijn hematoloog het vingerprikje niet zo nodig. Ik op zich ook niet, alleen het nadeel was dat ik dan zelf mijn bloedwaarden niet te horen zou krijgen. Met een vingerprikje is dat al na 10 minuten bekend, maar bij veneuze afname (uit de arm) niet. Ik voel me echter beter dan ooit, dus ik vond het wel best.
De controle was dus niet zo bijzonder, aangezien er weinig te bespreken viel. Alles gaat goed, ik voel me geweldig en ik studeer bijna af. Dus. Dan ga je het hebben over de spreekkamer die enigszins veranderd is… en de kunstplant die in de hoek stond en weg moest omdat het onhygiënisch werd bevonden voor zieke patiënten.

En dan maar weer een beenmergpunctie. Nummer veertien om precies te zijn.
Voor deze policontrole had ik vrij gekregen van mijn stage in het Spaarne Ziekenhuis. Ik had ze op Verloskunde al wel verteld dat ik leukemie heb gehad, maar durfde toch eigenlijk niet goed te zeggen dat ik op woensdag naar het ziekenhuis moest voor een beenmergpunctie. Voor mijn gevoel was het niet meer dan logisch dat ik die stagedag dan zou moeten inhalen. Het is tenslotte mijn probleem, dus dan moet ik dat oplossen. Maar ik wist niet wanneer ik dat dan zou moeten doen. En daar maakte ik me nogal druk over. Mijn ouders verklaarden me voor gek dat ik zo dacht. “Hallo, je doet net alsof het niks is!” zeiden ze.
Misschien zie ik het gewoon anders omdat het om mezelf gaat. Dan sta je er altijd anders in dan wanneer het iemand anders betreft. Later heb ik ook aan een docent op de opleiding verteld dat ik aanvankelijk niet durfde te zeggen dat ik voor een beenmergpunctie naar het LUMC moest, en dus niet op mijn stage kon komen. Toen zei ze: “Wat een troela ben je ook!”
Nou ja, het zal wel aan mij liggen. Uiteindelijk heb ik het natuurlijk wel gezegd in het Spaarne, en ze hadden er alle begrip voor.

Afijn, die punctie. Ik hoef niet meer te vertellen dat ik er niet zoveel lol aan beleef. Ik ben echter wel blij dat mijn beenmerg nog gecontroleerd wordt. In het kader van ‘wie gezond wil zijn, moet pijn lijden’ omarm ik die puncties zelfs een beetje. Min of meer. Een betere controle is er niet.
Ik heb echter geen belafspraak meer gemaakt om te horen wat de uitslag van de punctie is. Die zou ik na vier weken te horen krijgen, maar ikzelf zie er niet zo de noodzaak van in. Ik ben niet bang dat de uitslag niet goed zal zijn. Het is al drieënhalf jaar goed, dus ik heb er alle vertrouwen in dat het goed blijft… En zo niet, dan hoor ik dat echt wel.
Gek genoeg kan ik dat heel goed loslaten. Misschien omdat ik weet dat ik er toch geen grip op heb. Misschien omdat mijn gevoel zegt dat het goed zit. Ik weet het niet. Maar ik ben blij dat ik die angst niet heb. Daarentegen ben ik heel bang dat naaste familieleden ziek worden. Die angst is groot. Ook daar heb ik geen grip op, maar dat vind ik wat moeilijker om los te laten. Daarvoor zie ik teveel kanker om me heen. Het lijkt wel alsof het iedereen treft. Alsof er niet aan te ontsnappen is. Zo beangstigend.
Maar goed, ik wil er niet teveel mee bezig zijn. Het heeft geen zin.

Mijn stage in het Spaarne Ziekenhuis is alweer afgerond. Maandag begin ik met mijn eindstage van 9 weken. Ik ga naar een voor mij bekende verloskundigenpraktijk en heb er heel veel zin in. Het wordt nu echt spannend, het einde komt in zicht. Niet dat ik na mijn eindstage meteen afgestudeerd ben, want ik moet nog een heel belangrijk portfolio schrijven en als laatste vindt nog het (door iedereen gevreesde) CGI-gesprek plaats… Als ik dat gesprek gehaald heb mag ik beëdigd worden.
Binnenkort heb ik een afspraak bij een bedrijf dat medische spullen levert voor huisartsen en verloskundigen. Daar ga ik al mijn spullen aanschaffen.

En wat ik ook nog niet eens had verteld: ik heb een nieuwe auto! Voor een verloskundige is een auto een eerste levensbehoefte en ik ga hem straks dan ook heel hard nodig hebben.
Na een uitgebreide zoektocht en een aantal proefritten is het een hele mooie witte Ford Ka geworden. Hij is uit 2011, heeft heel weinig op de teller en ziet er splinternieuw uit. Ik ben er waanzinnig blij mee. Mijn Fiat Panda heb ik met enige pijn in mijn hart moeten achterlaten bij de dealer. Uit zelfbescherming heb ik maar niet gevraagd wat ze ermee gingen doen. Maar het is zo geweldig om in mijn nieuwe auto te rijden. Ik kan nog niet helemaal geloven dat hij van mij is. Alleen nog even afbetalen…

Geplaatst in Zonder categorie | Één reactie

Woensdag 25 september 2013 – Terug in het Spaarne

De afgelopen 2 weken heb ik spreekuur gedaan op de polikliniek in het Slotervaart Ziekenhuis. En inmiddels zit ik op de verloskamers in het Spaarne Ziekenhuis, voor de komende 4 weken. Daarna alleen nog mijn eindstage van 9 weken en dan ben ik klaar.
Ik had veel zin in mijn stage in het Spaarne. Het is 4 jaar geleden dat ik daar voor het laatst stage liep, ongeveer 4 maanden voordat ik ziek werd. Vervolgens werd ik in datzelfde ziekenhuis opgenomen en kreeg daar de diagnose die mijn hele leven veranderde. Lang heb ik er natuurlijk niet gelegen, want ik ben dezelfde avond nog naar het LUMC vervoerd. Maar toch denk ik er altijd aan als ik in het Spaarne ben. Daar is het allemaal begonnen.

Afgelopen maandag begon ik daar met mijn stage. Ik wilde me voorstellen aan de verloskundige (in de veronderstelling dat ze me niet meer zou kennen), maar toen ze me zag zei ze: “Héé, bekend gezicht!”
Ik stond echt perplex. Haar reactie had ik nooit verwacht. Ik heb daar destijds maar 2 weken stage gelopen.
Dat het alweer 4 jaar geleden is dat ik er voor het laatst was, kon ze zich bijna niet voorstellen. “Ik herkende je naam al. Voor mijn gevoel was je hier een jaar geleden nog. Jij woont toch dichtbij het ziekenhuis?”
“Ja, Heemstede.”
“Zie je! Ik kan me jou gewoon goed herinneren.”
Wat een leuke binnenkomer dit. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Ik verwacht ook niet van mensen dat ze me onthouden, daarvoor ben ik vaak te kort op een stageplaats. In het Lucas Andreas heb ik zelfs in anderhalf jaar tijd vier keer stage gelopen op de verlosafdeling, en ik heb me alle vier de keren opnieuw moeten voorstellen. Daar was het steeds: “Hoi, en jij bent..?”
Ik voelde me nu wel weer heel welkom, en dat is toch wel erg leuk…

Ik doe deze stage fulltime. Voor het eerst sinds mijn ziekte overigens… Vooralsnog gaat het prima. Ik moet eerlijk toegeven dat ik sinds ik ben begonnen met hardlopen (ik houd het nu 3 minuten vol, het is nog steeds verschrikkelijk), veel meer energie heb. Ik lig aan het einde van de dag niet uitgeteld op de bank. Ik heb zelfs energie over als ik uit het ziekenhuis kom. Voor mijn gevoel is er momenteel weinig verschil met hoe ik vóór mijn ziekte was. Ongelooflijk gewoon…
Ik heb er nu 3 dagen op zitten. Gisteren kwam ik een vriendin tegen, die als verloskundige in Hoofddorp werkt. Zij was in het Spaarne voor een poliklinische bevalling en ik hoorde haar toevallig praten op de gang. Grappig om elkaar daar tegen te komen.

Vanochtend heb ik een leuke bevalling gedaan. ’s Middags ging er nog iemand bevallen, maar dat was eigenlijk een patiënt van de arts-assistent. Hij moest alleen op een gegeven moment naar de OK, dus bleef ik even bij haar. Dat was rond 12:30 uur. Uiteindelijk was hij op tijd terug om de bevalling te doen (helaas voor mij…). Maar omdat ik de hele tijd bij die vrouw had gezeten en het niet goed voelde om weer weg te gaan, besloot ik erbij te blijven totdat het kind geboren zou zijn.
Uiteindelijk duurde het nogal lang en heeft de arts-assistent de superviserend gynaecoloog erbij gehaald, waarna besloten werd tot een vacuümextractie. Rond 15:00 uur werd het kind geboren. Daarna heb ik snel even geluncht.
“Zo Lisa,” zei de gynaecoloog die ik trof in de gang, “heb je al iets gegeten? Voordat je gestrekt gaat…” Hij klapte op zijn wangen. “Je ziet nogal bleekjes.”
“O ja?” Ik zie altijd een beetje bleekjes, op een of andere manier.
“Ja, gaat-ie wel goed? Saturatie goed en zo?”
Wat een treffend grapje zeg, in mijn geval. “Ja hoor, alles goed met mij. Saturatie ook. En ik heb net twee boterhammen gegeten.”
“Nee oké, dan is het goed.”
Ach, dokters…

Ik heb het erg naar mijn zin in het Spaarne. Ik zou het wel leuk vinden om hier ooit te werken… Maar voorlopig even in een praktijk denk ik, ervaring opdoen.
Over 2 weken trouwens weer een beenmergpunctie in het LUMC. Mijn andere ziekenhuis ;)

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

Donderdag 12 september 2013 – Lekker fijn hardlopen

“Oké, is iedereen er klaar voor?! We gaan 3, 2, 1, ja lopen maar!”
Ik maakte afgelopen zaterdag mijn debuut als hardloper. Althans, ik deed een poging. Samen met mijn moeder en zus, en nog een stuk of vijftien anderen die net als ik nodig wat aan hun conditie moeten doen. Alhoewel, naar mijn idee was mijn conditie niet zo dramatisch slecht. Ik loop me een ongeluk in de ziekenhuizen, en ik moet vaak genoeg trappen op en af in flats waar de lift het weer eens niet doet. Maar toch had ik steeds het plan om te gaan hardlopen. Het enige probleem was dat ik steeds niet ging.
Vandaar dat ik me pas geleden heb opgegeven om in een groep te gaan hardlopen onder begeleiding van twee fysiotherapeuten. Als een soort van stok achter de deur.

Nu vraag je je af: waarom hardlopen? Nou, omdat ik dacht: dat is vast ontspannend, min of meer. Even niks aan je hoofd. Even lekker door het bos joggen…
Ahum.
Voor alle mensen die hetzelfde dachten als ik: sorry, maar niets is minder waar. Dacht ik serieus dat het ontspannend zou zijn? Hardlopen ontspanning?! Even ‘lekker’ door het bos joggen? Even niks aan mijn hoofd?
O my god.

Eén minuutje maar, daar begonnen we mee. Eén minuut.
“Oké en stop!” werd er vervolgens geroepen.
Hijgend als een pakpaard kwam ik tot stilstand. Ik mompelde iets in de trant van: “Nou, dat is maar goed ook.” Waar ik direct spijt van had, omdat bleek dat ik de enige van de groep was die moeite had met deze ene minuut. Lekker dan, net begonnen en nu al de loser van het gezelschap.
Na een minuut rust gingen we weer van start met twee minuten lopen. Poeh…
Na anderhalve minuut vond ik het welletjes. Dit was al te lang, twee minuten. Ik kreeg nauwelijks lucht meer.

“Gaat het niet zo goed?” vroeg één van de fysiotherapeuten die naast me kwam wandelen.
“Nou, nee. Het valt me nogal tegen,” biechtte ik op. Ik was serieus teleurgesteld in mezelf.
Ik herinnerde me het telefoongesprek met de andere fysiotherapeut een paar dagen eerder. Hij wilde wat dingen weten (blessures? medicatie?) en vroeg tenslotte of er nog dingen waren die voor hen belangrijk zouden zijn om te weten. Ik twijfelde erg of ik hem moest vertellen over mijn leukemie drieënhalf jaar geleden, maar omdat ik ervan overtuigd was dat dat nu niet meer van invloed zou zijn, heb ik niks gezegd.
Nu vertelde ik het alsnog maar. Het feit dat de rest van de groep het veel beter trok dan ik, geeft wel aan dat mijn conditie slechter is dan die van hen. Ik heb in de afgelopen drie jaar ook niet echt heel actief gesport of zo, dus ja…
“Leukemie? Nou, dat is toch wel een belangrijk iets…” reageerde de fysiotherapeut. “We gaan kijken of we je de komende weken wat beter kunnen begeleiden.”

Ik vond het een confronterend begin van deze zesweekse training. En natuurlijk, ik heb nooit aan hardlopen gedaan, dus logisch dat dat opgebouwd moet worden. Maar als iedereen me voorbij rent, terwijl ik de jongste van de groep ben… dan klopt er voor mijn gevoel iets niet. Ik snapte ook ineens niet waarom ik met snowboarden (afgelopen februari) helemaal geen last heb gehad, dat trok ik prima.
Afijn, ik heb behoorlijk wat op te bouwen. Voor mij nog even niet ‘ontspannend’ hardlopen, maar ‘inspannend’ hardlopen. Keihard aan de bak. Maar dan wel met een iets ander schema dan de rest van de groep heeft.

Onderdeel van de training is dat je naast de begeleide training op zaterdag ook nog twee keer in de week zelf gaat hardlopen. Dat heb ik keurig gedaan. Maandagavond zelfs door de stromende regen in het Groenendaalse bos. Na de twee minuten stond ik uit te hijgen alsof ik de marathon had gerend, maar toch. Het ging al beter dan zaterdag. En gisteravond hebben mijn moeder, Juliëtte en ik met z’n drieën gerend, weer iets langer dan dinsdag. Ik vind het nog steeds afzien met hoofdletter A. Het gaat me echt niet gemakkelijk af… Maar ik geef nog niet op.
Voor mensen die ook willen beginnen met hardlopen: jullie zijn gewaarschuwd…

Geplaatst in Zonder categorie | 2 Reacties

Donderdag 5 september 2013 – Dienst

Donderdagochtend 9:00 uur. Ik ga in mijn eentje visites rijden. Diensttelefoon in mijn zak, iPad en visitetas mee. Ik ben benieuwd wat de dag gaat brengen… In ieder geval heb ik 7 visites, dus als er een bevalling tussendoor komt ga ik die visites waarschijnlijk niet redden. In dat geval hoop ik dat er vandaag niemand gaat bevallen.
Eenmaal in mijn auto stel ik de navigatie in – ik ben niet zo bekend in Zaandam. De eerste cliënt waar ik naar toe moet ken ik, daar ben ik eerder geweest.
Dat ik de diensttelefoon mee heb vind ik prima, het is niet zo doodeng als ik ooit dacht. Inmiddels heb ik al heel vaak de diensttelefoon bij me gehad en alle telefoontjes afgehandeld, alleen is dit de eerste keer dat ik de diensttelefoon bij me heb terwijl ik in mijn eentje visites rijd. Ik hoop dus eigenlijk -stiekem- dat er niemand belt met een serieus spoedgeval. Laten we het niet meteen heel moeilijk maken. Bovendien heb ik nog geen carkit, dus als ik op de snelweg rijd heb ik min of meer een probleem. Ik kan natuurlijk de telefoon wel opnemen, maar sturen en schrijven tegelijk dan weer niet. Ook in dit geval kan ik dus alleen maar hopen dat er niemand gaat bellen als ik op de snelweg zit.

Ik doe mijn eerste visite. Alles gaat goed met moeder en kind, geen bijzonderheden. Ik noteer alles in haar status (via de iPad), schrijf een korte notitie en na een kwartiertje ga ik weer weg.
Onderweg -gelukkig bevind ik me nog in een woonwijk- gaat de diensttelefoon. Ik zet snel mijn auto aan de kant en neem op. Het is de kraamverzorgster van cliënt X, er is iets met het kindje. Ik vraag een aantal dingen uit en kom tot de conclusie dat er op dit moment nog niets ondernomen hoeft te worden. Niemand gaat hier nog iets mee doen, ook de kinderarts niet. Ik vertel de kraamverzorgster dat ik me er nog geen zorgen over maak en geef haar instructies wanneer ze opnieuw moet bellen.

De visites lopen vooralsnog gesmeerd, het gaat in principe overal goed. Hier en daar wat kleine dingetjes waar ik adviezen voor geef, maar verder geen problematiek.
Als ik bij het vierde gezin thuis zit, gaat de diensttelefoon weer. Het is de coassistent van het ziekenhuis om door te geven dat een cliënt van ons met ontslag is gegaan. Prima, ik noteer het en hang weer op.
Als ik bij de volgende cliënt voor de deur sta en op het punt sta om uit mijn auto te stappen, gaat de telefoon weer. Er belt iemand met bloedverlies. Ik vraag alles uit en open ondertussen haar status via de iPad. Ik zie dat ze gisteren al in het ziekenhuis is onderzocht vanwege het bloedverlies, maar dat er niets is ontdekt. Er staat echter bij dat mevrouw opnieuw naar het ziekenhuis moet indien er weer bloedverlies optreedt. Persoonlijk vind ik haar verhaal aan de telefoon niet acuut en zorgwekkend klinken, en bovendien is ze gisteren helemaal onderzocht… Dus of ik haar nu gelijk weer moet insturen? Misschien kan ik beter gewoon eerst even bij haar thuis langsgaan. Ik besluit de gynaecoloog te bellen om te overleggen. Zij hebben daar tenslotte bedacht dat ze terug moet komen.
Ik krijg eerst iemand aan de telefoon die zegt dat hij even bezig is, en even later hoor ik heel vrolijk: “Met S.!”
Toevallig weet ik dat hij zo heet omdat ik hem eerder heb gesproken, anders zou ik me hebben afgevraagd wie ik nu aan de lijn heb. “Mag ik even iets overleggen?” vraag ik.
“Ja zeker.”
“Oké, ik word net gebeld door mevrouw Y, geboortedatum (…), G2P0, 23 weken en 4 dagen, met bloedverlies. Zij is gisteren door jullie gezien…etc.” Ik leg het verhaal uit.
Hij zegt inderdaad dat het prima is als ik eerst bij mevrouw thuis langsga, en dat hij haar nu niet hoeft te zien als het bloedverlies heel weinig is en de harttonen van het kind goed zijn. “Maar goed dat je even gebeld hebt.”

Ik ga thuis langs bij de cliënt met bloedverlies. Aldaar word ik bijna aangevallen door een Chihuahua die het formaat heeft van een halve kat. Maar blaffen dat het beestje kan, wow…
Voor de lezers: als je altijd al op zoek bent geweest naar een waakhond… neem een Chihuahua.
Ik hoor mooie harttonen van het kind en het bloedverlies blijkt zo weinig te zijn dat ik het niet eens kan objectiveren. Eind goed, al goed. Ik geef haar instructies wanneer ze opnieuw moet bellen en ga weer weg.
Als ik met mijn twee tassen, iPad en notitieboek onderweg ben naar de lift, gaat de telefoon. Aah waarom nu? Nu moet ik alles op de grond zetten in de smerigste flat ooit, maar ik zie even geen andere oplossing. Ik neem op. Iemand met hevige buikpijn. Een beetje onhandig probeer ik ondertussen het een en ander te noteren. Duidelijk is dat ik bij haar langs moet, dus dat wordt mijn volgende bestemming.
Uiteindelijk blijken het voorweeën te zijn, dus de bevalling is nog niet begonnen. Pijnstilling in het ziekenhuis om de tijd te overbruggen wil ze niet, dus is het alternatief afwachten.

De dag gaat snel. Het is zomaar ineens 15:00 uur en ik realiseer me dat ik nog niet geluncht heb. Tijdens het rijden dan maar even een broodje en een appel wegkauwen.
Gelukkig heeft er niemand gebeld die gaat bevallen. Om 16:30 heb ik alle visites gedaan, alle telefoontjes keurig genoteerd in de statussen en in de iPad voor de overdracht. Eigenlijk is het allemaal prima verlopen vandaag. Niet slecht voor zo’n eerste helemaal-in-mijn-eentje-dienst. Dat ik op een bepaald moment zo’n honderd meter tegen de verkeersrichting in reed (even een bordje gemist), vergeten we maar gewoon.
Ik ga terug naar de praktijk en draag alles over aan de verloskundige die officieel dienst heeft. Ik vertel haar wie er allemaal gebeld heeft, welke adviezen ik heb gegeven en wat voor beleid ik heb gemaakt. Ze is het gelukkig overal mee eens.

De verloskundigenpraktijk is gevestigd in het ziekenhuis, en omdat we nog even iets moeten doen voor het einde van de dienst, zijn de verloskundige en ik op de verlosafdeling. Er komt een verpleegkundige aangelopen met een afgedekt mandje in haar handen. “Mag ik er heel even bij?” vraagt ze zachtjes aan me. Ze moet bij het koelkastje waar ik voor sta.
Ik kijk naar het mandje dat door de verpleegkundige in het koelkastje wordt gezet, en mijn oog valt op een klein knuffeltje dat er bovenop ligt. Is dit wat ik denk dat het is? Zodra de verpleegkundige de deur uit is, zegt de verloskundige: “Dat was een overleden kindje…”
Ik moet even slikken. Ik vond het eerlijk gezegd heel naar om te zien dat het in een koelkastje werd gelegd. Maar ik snap ook wel dat dat niet anders kan.
“Wil je het kindje misschien zien?” vraagt ze aan me.
Opnieuw moet ik even slikken. Ik kan niet zeggen dat ik dat makkelijk vind. Toch realiseer ik me dat ik er ongetwijfeld vaker mee te maken zal gaan krijgen, en dat het misschien goed zou zijn om even te kijken. “Oké.”
Samen kijken we naar het overleden kindje. Het is nog heel jong, ik schat zo’n 24 weken. Handjes van 1,5 centimeter groot, voetjes van zo’n 3 centimeter. Heftig. Wat verschrikkelijk voor de ouders.
Het gaat helaas niet altijd goed. Ook dat is verloskunde. Het is de natuur waar je geen grip op hebt. Je weet dat je ervoor kiest als je dit vak wil uitoefenen, maar makkelijk zal het nooit zijn. Tegelijkertijd vind ik dit ook een mooie kant van het vak, omdat je wel degelijk iets kunt betekenen voor de ouders als een zwangerschap een slechte afloopt kent. Het is een beroep van uitersten.

Om 18:00 zit mijn dienst erop. Het was een intensieve dag, maar ik ga voldaan naar huis. Morgen mag ik weer!

NB: Om privacy redenen zijn gegevens onherkenbaar gemaakt.

Geplaatst in Zonder categorie | Één reactie

Zondag 1 september 2013 – Aan alles komt een einde

Mijn werkstuk over baby’s… ik had het laatst in mijn handen. Ik weet nog goed dat ik dit werkstuk maakte in groep 8 van de basisschool. Mijn broertje was toen 9 maanden oud en mijn inspiratie voor dit werkstuk. Grappig om het hoofdstukje over ‘De verloskundige’ te lezen, omdat ik destijds nog niet wist dat ik dat later zelf zou gaan worden. Inmiddels weet ik dat mijn interesse voor verloskunde er altijd al in gezeten heeft. Ik ben me daar nooit bewust van geweest, maar nu is het me duidelijk. In groep 6 hield ik al een spreekbeurt over Siamese tweelingen, gebaseerd op Museum Vrolik (AMC) waar ik was geweest. En in mijn eindexamenjaar van de middelbare school was het onderwerp van mijn profielwerkstuk: ‘Erfelijke en aangeboren afwijkingen’. Wat alle andere leerlingen kozen vond ik maar saai, dit was wat ik interessant vond. Ik wist dan ook lang van tevoren dat dit mijn onderwerp zou gaan worden. Tenslotte wilde ik Verloskunde gaan studeren, dus dit sloot mooi aan. Ik ben enorm diep op de stof ingegaan, tot ‘pre-implantatie genetische diagnostiek’ aan toe. Hoe meer informatie ik tegenkwam, hoe meer ik wilde weten en hoe ingewikkelder mijn werkstuk werd. Uiteindelijk moest ik mijn profielwerkstuk presenteren aan medeleerlingen, een aantal ouders (van andere leerlingen die ook moesten presenteren) en twee docenten. Mijn wiskundeleraar, onder andere. Aan het einde van mijn presentatie schoot hij in de lach. “Waarom moet u nou lachen?” vroeg ik. “Omdat je met van die moeilijke termen loopt te smijten,” zei hij. Ik denk dat hij dacht: goh, Lisa kan toch nog iets. Er is toch nog íets waar ze talent voor heeft. Want inderdaad, wiskunde heb ik nooit begrepen. En dat wist mijn leraar. Als ik -met dank aan mijn bijlesleraar- weer eens een 6 in de wacht had gesleept, was hij oprecht blij voor me. Maar het zal hem niet verbaasd hebben dat ik het vak wiskunde liet vallen zo gauw als het kon. Het was pure energieverspilling wat mij betreft, en slecht voor mijn gemoedstoestand.
In het begin kreeg ik nog bijles van mijn vader, die altijd bewonderenswaardige trucjes, pijltjesschema’s en tekeningetjes wist te maken. Maar als ik dan vroeg: “waarom is dit dan zo? En waarom moet dat zo? Want ik snap het niet.” Dan was steevast het antwoord: “Er valt niks te snappen. Het IS gewoon zo.” En daarom heb ik altijd moeite met wiskunde gehad. Ik moet het ‘waarom’ weten. In de verloskunde kun je je dat bij alles afvragen. Natuurlijk gaan de dingen zoals ze gaan, maar er is bijna altijd een reden voor waarom iets op een bepaalde manier gaat. Een functie, een doel.

De laatste tijd giert de adrenaline door mijn lijf, omdat mijn afstuderen in zicht is. Ik denk ook veel terug aan de afgelopen jaren. Achteraf gezien is het snel gegaan. Ik weet nog dat ik ooit zo graag Verloskunde wilde studeren, maar dat het onmogelijk leek om dat te bereiken. Ik werd twee keer uitgeloot, waardoor ik één jaar Pedagogiek heb gestudeerd om mijn propedeuse te halen en daarna Verloskunde in België ben gaan doen. Ook een moeilijk jaar uit mijn leven, maar ik heb het gedaan en ik heb er geen spijt van. Het was voor mij een droom om Verloskunde in Amsterdam te mogen studeren, en helemaal om ooit verloskundige te zíjn. En nu ben ik het bijna. Ik heb het vak geleerd. Over een aantal maanden ben ik eindelijk wat ik altijd zo graag wilde worden. Dat voelt heel bijzonder. Helemaal gezien het feit dat ik halverwege de opleiding leukemie heb gekregen en dat mijn situatie zo slecht is geweest. Het heeft me niet uit het veld geslagen. Ik heb het bijna voor elkaar, en dat voelt onwerkelijk.

Ik heb nog 15 weken stage te gaan (t/m week 52) en ben heel druk met het afronden van de laatste dingen. Ik moet nog een aantal verrichtingen behalen om te mogen afstuderen. De meesten heb ik, maar ik moet bijvoorbeeld nog 7 bevallingen doen (wat makkelijk gaat lukken in 15 weken stage).
Ik heb onlangs ook een hele mooie visitetas gekocht (zie foto’s hieronder). Het is een dokterstas die wij gebruiken voor onze visites bij mensen thuis. Ik ben er zo gelukkig mee, ik kan niet wachten om hem te gebruiken. Nu moet ik nog alle andere verloskundige spullen kopen, maar daarvoor moet ik nog een afspraak plannen bij het bedrijf die dat levert. Het gaat me een vermogen kosten, maar goed, daar had ik al op gerekend. Denk aan een verlostas, reanimatieset, doptone, bloeddrukmeter, instrumenten (voor bevalling en hechten), en nog veel meer.

DSCN0992 (Medium)  DSCN0995 (Medium)  IMG00053-20120404-1546 (Medium)  IMG00054-20120404-1547 (Medium)

Ik ben me ook aan het oriënteren wat betreft een andere auto… Mijn lieve Pandaatje kan straks echt niet meer, letterlijk en figuurlijk. Het gaat me wel een beetje aan het hart als ik naga dat hij hoogstwaarschijnlijk naar de sloop gaat, maar het lijkt me ook heerlijk om een (oké ik ga het toch zeggen) fatsoenlijke auto te hebben. Ik rijd nu echter al 5 jaar in mijn ‘groenbak’, en hij heeft me nog nooit in de steek gelaten. Dus je kan erover zeggen wat je wilt, maar het was een goede auto. Maar een verloskundige in een groenbak kan natuurlijk niet. Toch zal ik zal hem best een beetje missen, mijn eerste kleine autootje. Ik vind het nog steeds een collectorsitem, een oldtimertje, een klassieker. Maar tot dusver heb ik niemand kunnen overtuigen, wat heel vreemd is.
Ach, zo komt aan alles een keer een einde.

Geplaatst in Zonder categorie | 2 Reacties

Woensdag 21 augustus 2013 – Het leven van een bijna-verloskundige

Het blog roept alweer een paar weken. Ik heb te lang niets laten horen. Gelukkig heb ik een goed excuus, aangezien ik erg druk ben geweest. Veel drukke diensten gehad in Zaandam. Ook tijdens de nachtdiensten ben ik geregeld mijn bed uit gebeld. De eerste keer dat ik ’s nachts weg moest, dacht ik bij het verlaten van mijn kamer: zal ik de deur laten klappen, of niet..? Beetje flauw hè, heb het daarom maar niet gedaan. Maar ik had wel een beetje de neiging om mijn overbuur te laten ervaren hoe irritant dat is.

Laatst had ik het hele weekend dienst, van vrijdagavond tot zondagavond. Achteraf realiseerde ik me dat ik nog niet eerder 48-uurs diensten gedaan heb, maar het ging best prima. De eerste nacht heb ik grotendeels kunnen slapen, maar overdag ben ik 12 uur lang aan het werk geweest. Om 19:30 uur kon ik terug naar de piketkamer. Onderweg daarnaartoe groette ik een patiënt van Cardiologie die daar in zijn badjas televisie zat te kijken in de wachtruimte op de gang.
“Zo, ga je lekker naar huis?” vroeg hij.
“Nee, ik ga slapen.”
“Ga je slapen hier?”
“Ja, nachtdienst.”
“O, oké.”

Op de kamer heb ik snel wat gegeten en dacht daarna: ik ga héél eventjes liggen. Na een uur werd ik wakker en vond ik het wel bedtijd. Uiteindelijk werd ik om 22:00 uur gebeld en moest ik mijn bed uit, maar toen had ik wel mooi even twee uurtjes geslapen. Daar was ik mezelf erg dankbaar voor. Rond 02:00 uur werd ik namelijk weer gebeld. Jawel, een bevalling. Nadat de verloskundige en ik bij de mensen thuis waren geweest, zijn we teruggegaan naar het ziekenhuis omdat ze daar wilde bevallen. Cliënten komen met hun eigen auto uiteraard, dus wij hebben op hen gewacht in de hal van het ziekenhuis. We hebben daar een tijdje staan kletsen met de portiers, die lekker met koffie, thee en koekjes achter de receptie hun tijd aan het uitzitten waren. Lijkt mij ook vreselijk, de hele nacht daar moeten zitten. Maar goed, ieder z’n vak…
De portiers, een beveiliger en de verloskundige hadden het over hun kinderen. Dat de ene nog onhandelbaarder was dan de andere. En of ze niet eens van kinderen konden ruilen. Ik zat het een beetje aan te horen, al leunend op de balie (met lucifers tussen mijn oogleden). Ik dacht nog: zie ons hier nou staan met z’n allen, om half 3 ’s nachts…
“En, heb jij kinderen?” vroeg een van de portiers aan mij.
“Nee, nog niet.”
“O, vandaar dat je zo stil bent.”
“Nou, dat is vooral vanwege dit tijdstip hoor. Maar inderdaad, als ik dit allemaal zo hoor, denk ik er nog wel even wat langer over na.”

Uiteindelijk ben ik tot de volgende ochtend 8:00 uur in het ziekenhuis bezig geweest. Direct daarna zijn de verloskundige en ik visites gaan rijden. Om 14:30 waren we klaar en hoopte ik even te kunnen slapen (we waren allebei erg moe inmiddels). Ik heb welgeteld een half uurtje in diepe slaap op de piketkamer doorgebracht, toen mijn telefoon weer ging. Dat zijn de momenten waarop je jezelf even afvraagt wat je ook alweer zo leuk vond aan dit vak… Maar als je dan tweeënhalf uur later weer een kind op de wereld hebt geholpen, denk je: dáárom!
Mijn dienst eindigde die zondagavond om 18:00 uur, en ik heb het kind om 17:40 uur nog ‘gevangen’. In totaal vier bevallingen gehad in 48 uur.
Het was me het weekendje wel.

Geplaatst in Zonder categorie | Één reactie